BINNENVAART ACADEMY · NAUTISCHE KENNIS
Dagtekens en bijzondere schepen
Herken kegels, bollen, vlaggen en bijzondere schepen. Lees eerst het teken, bepaal daarna wat de situatie van jou vraagt.
Probeer 4 vragen
Ontdek wat je al herkent. Deze korte startvragen tellen niet mee voor je voortgang.
Het teken moet eerst betrouwbaar worden herkend.
Zo leg je vast wat werkelijk waarneembaar is.
De toestand helpt, maar vorm, kleur en aantal blijven nodig.
De schipper kan met een eerlijke, tijdige waarneming verder beoordelen.
Een vermoeden hoort niet als zekerheid te worden doorgegeven.
Ook een onvolledige waarneming kan nu relevant zijn.
Het teken is geen dieptegarantie voor ieder schip.
Vrije zijde betekent niet dat gelijktijdig ontmoeten past.
De aangegeven zijde en de werkelijke diepte en ruimte zijn aparte controles.
Een kort schip kan een passagiersschip zijn.
Die combinatie voorkomt een indeling op alleen het uiterlijk.
De toegelaten capaciteit kan hoger zijn dan de huidige bezetting.
Leerboek · 12 lessen
RPR als basis. Zeevaarttekens staan uitsluitend in het afzonderlijk benoemde vergelijkingshoofdstuk; zij zijn geen vervanging voor Rijnvaarttekens.
- Dagtekens lezen in vier stappen
- Eén, twee en drie blauwe kegels
- Kegels: afstand en schutten
- Kleine romp, toch een passagiersschip
- Werktuigen in bedrijf: zes verschillende dagtekenbeelden
- Rood-wit: bescherming tegen waterbeweging
- Onmanoeuvreerbaar op de Rijn
- Duikers en de A-vlag
- Sleepformaties: op welk schip staat het dagteken?
- Uitstaande ankers en bijzondere werkzaamheden
- Vergelijken met zeevaartdagtekens
- Van teken naar een veilige passage
1. Dagtekens lezen in vier stappen
Leerdoel: Je beschrijft een teken zonder direct een voorrangsregel te verzinnen.
Vorm, kleur, aantal en stand horen bij elkaar. Een enkele kegel herkennen is onvoldoende als de punt of een tweede teken door een mast wordt afgedekt.
Van kijken naar begrijpen
Benoem eerst bol, ruit, kegel, cilinder, vlag of bord. Tel de tekens en beschrijf hun onderlinge positie. Bepaal daarna of het schip vaart, stilligt of werkzaamheden uitvoert. Controleer ten slotte het vaarreglement. Schrijf een onzekere waarneming ook als onzeker op.
Een herkenning is nog geen vaarbesluit
Beoordeel koers, snelheid, vrije ruimte en de plaats van het andere schip. Een bijzonder teken betekent niet dat elk ander schip in elke situatie moet uitwijken. Geef een onduidelijke waarneming door aan de schipper en probeer de functie met een gerichte oproep te bevestigen.
Niet elke zwarte vorm betekent hetzelfde
Dezelfde bol krijgt betekenis door kleur, aantal en toestand. De gele bol hoort hier bij een gesleept schip. Een zwarte bol is op zee onder meer een ankerteken, maar is geen algemeen Rijnvaartteken voor een normaal stilliggend groot schip. Twee groene ruiten boven elkaar duiden bij een stilliggend werktuig de vrije zijde aan. Een gele ruit hoort bij een varend passagiersschip korter dan 20 m dat meer dan twaalf passagiers mag vervoeren.
Beschrijf daarom steeds de combinatie: “gele bol op de aanhang achter de sleper” is bruikbaarder dan “een bol op een boot”. Bij een formatie tel je niet alleen de tekens: bepaal op welk afzonderlijk schip zij staan. Een bord op de wal is bovendien een ander soort aanwijzing dan een dagteken dat het schip voert.
2. Eén, twee en drie blauwe kegels
Leerdoel: Je herkent de drie gevaaraanduidingen zonder de lading te raden.
Blauwe kegels zijn bijkomende tekens. Het aantal volgt uit de vervoersvoorwaarden van de betreffende gevaarlijke stoffen; niet uit de grootte van de tanker.
Drie afzonderlijke beelden
In de RPR-basis duidt één blauwe kegel bepaalde brandbare stoffen aan, twee kegels bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen en drie kegels bepaalde ontplofbare stoffen. De kegels staan verticaal met de punten omlaag. De feitelijke verplichting en eventuele uitzonderingen worden met het ADN en de vervoersdocumenten bepaald.
Wat het aantal niet vertelt
Het teken noemt geen productnaam, tankinhoud of lekkage. Een leeg maar niet gereinigd schip kan nog tekens moeten voeren. Houd bij plannen rekening met ligplaats- en sluisbeperkingen, maar gebruik een kegel niet als algemene verklaring dat een schip voorrang heeft.
Plaatsing op schip, duwstel en gekoppeld samenstel
Op een alleenvarend schip staan de blauwe kegels op een geschikte plaats en zodanig hoog dat zij rondom zichtbaar zijn. Twee of drie kegels staan verticaal, ongeveer één meter uit elkaar, met de punten omlaag. Zij komen boven op de gewone tekens van het schip: een gesleepte gevaarlijke-ladingaanhang kan dus zowel de gele bol als de vereiste blauwe kegels voeren.
Bij een duwstel mogen de bijkomende tekens in plaats van op de duwboot op het samenstel worden gevoerd. Bij een gekoppeld samenstel kan de overeenkomstige vervangende plaatsing op het gehele samenstel worden gebruikt. Het aantal voor het samenstel volgt uit de hoogste van toepassing zijnde verplichting; je telt de kegels van afzonderlijke ladingen niet bij elkaar op. Worden bijvoorbeeld één- en twee-kegelladingen gecombineerd, dan ontstaat daardoor geen drie-kegelsituatie.
Controleer bij samenstellen de zichtbaarheid vanuit beide oevers en van voor en achter. Lading, containers en de stuurhut mogen het tekenbeeld niet onbruikbaar afdekken. De vervoersdocumenten en het ADN bepalen welke verplichting werkelijk geldt; de afbeelding is een herkenningshulp.
3. Kegels: afstand en schutten
Leerdoel: Je onderscheidt regels voor varen, wachten en stilliggen.
Er bestaat geen enkel universeel aantal meters dat alle situaties met kegelschepen afdekt. De fase van de reis bepaalt welke regel je onderzoekt.
Varend en in de sluis
Op de Rijn mag een ander schip, behalve bij ontmoeten of voorbijlopen, niet binnen 50 m van een varend schip met twee of drie blauwe kegels varen. Bij een wachtplaats en in een sluis geldt voor één-kegelschepen een andere regeling: in beginsel ten minste 10 m zijwaarts, met omschreven uitzonderingen. Een één-kegelschip wordt niet tegelijk met een passagiersschip geschut.
Niet vereenvoudigen tot een vuistregel
Twee- en drie-kegelschepen worden in beginsel afzonderlijk geschut. Er bestaan specifieke uitzonderingen voor bepaalde droge-ladingschepen en containervervoer. Meld de werkelijke categorie en volg de toewijzing. Bij ligplaats nemen gelden weer andere afstanden en aangewezen plaatsen. Raadpleeg de concrete regel vóór je een afstand in een werkafspraak vastlegt.
| Fase | Controle |
| Varend | Ontmoeten/voorbijlopen of evenwijdig nabij varen? |
| Sluis | Aantal kegels, scheepstype en toewijzing |
| Stilliggen | Ligplaatsregeling en afstand tot andere schepen |
4. Kleine romp, toch een passagiersschip
Leerdoel: Je herkent de gele ruit en voorkomt verwarring met de categorie klein schip.
Een kort schip kan meer dan twaalf passagiers mogen vervoeren. Alleen naar de lengte kijken levert daarom een verkeerde verkeersindeling op.
Gele ruit
Een varend schip met een maximale romplengte van minder dan 20 m dat meer dan twaalf passagiers mag vervoeren, voert op de Rijn overdag een gele ruit. Het gaat om het toegelaten aantal, niet om hoeveel mensen je op dat moment aan dek ziet.
Herken functie en beweging
Een rondvaartboot kan een aanlegplaats naderen, draaien of terugvaren. Het teken ontslaat de schipper niet van de vaarregels. Houd de aanlegmanoeuvre, uitzwaai en mensen bij de kant in het oog; maak tijdig duidelijk wat je eigen bedoeling is.
Gele ruit, rode wimpel en zwarte kegel
De gele ruit zegt iets over het toegelaten gebruik van een kort passagiersschip. De rode wimpel zegt iets anders: een schip waaraan de bevoegde autoriteit recht op voorrang bij het doorvaren heeft verleend, kan dit recht daarmee kenbaar maken. Dat recht hoort bij de geregelde doorvaart, zoals de toepasselijke schutregeling. Het is geen vrijstelling van voorzichtig varen en geen onbeperkte voorrang op het hele traject.
Een zeilschip dat tegelijk zijn mechanische voortstuwing gebruikt, voert overdag goed zichtbaar op het voorschip een zwarte kegel met de punt omlaag. De motor bepaalt dan de verkeersindeling. Een zichtbaar zeil is dus onvoldoende om het schip als zeilschip in een voorrangsregel te behandelen. Leer deze drie beelden afzonderlijk: gele ruit, rode wimpel en zwarte kegel zijn geen onderling vervangbare “bijzondere tekens”.
Hoofdstuktoetsen en eindtoets
Zelfstudie. Een interne toets of deelnamebewijs vervangt geen officiële opleiding of beroepskwalificatie. Over de Academy
