Duwvaart in de praktijk

Duwboot naast gekoppelde bakken
Duwboot en bakken
Duwstel onderweg bij een brug
Onderweg met het duwstel
Twee duwboten naast elkaar aan de ligplaats
Duwboten aan de ligplaats

GRATIS PROEFLES · ZONDER ACCOUNT

Begin bij de taakverdeling

Bij het koppelen werken mensen op verschillende delen van het duwstel. Niet iedereen heeft hetzelfde zicht op de bewegingen, verbindingen en beschikbare ruimte. Daarom begint een goede voorbereiding met afspraken over wie aanwijzingen geeft en hoe je elkaar bereikt.

Bespreek de volgorde, de veilige werkposities, de gekozen middelen en het moment waarop een verbinding gecontroleerd wordt. Blijf weg van knelpunten en lijnen die onder spanning kunnen komen. Een afwijking meld je direct; ga niet op eigen initiatief een andere handeling uitvoeren omdat de afgesproken stap lastig blijkt.

Een opstelling die gisteren werkte, kan vandaag andere aandacht vragen door belading, waterstand, wind of een andere combinatie van bakken. Laat de bevoegde verantwoordelijke beoordelen welke procedure bij de situatie hoort. Gebruik een stilstaande opstelling om met je begeleider de onderdelen en afspraken te bespreken.

Bronnen en regelgeving

Bron en verdieping: Binnenvaart Kennis.

Duwboot Rheinland met duwsteunen voor een besneeuwde rivieroeverPraktijkcursus

Duwvaart

Duwvaart

Begin met les 1 Probeer 4 vragen

Volledige inhoudsopgave (13 hoofdstukken)
  1. De duwboot en het duwstel
  2. Reisvoorbereiding en vaarweg
  3. Koppelen en ontkoppelen begrijpen
  4. Veilig dekwerk en lijnsystemen
  5. Overstappen, reddingsvest en man overboord · met Academy-account
  6. Nachtwerk en zicht op dek · met Academy-account
  7. Stuurhut, dek en manoeuvre · met Academy-account
  8. Droge bulk, diepgang en overslag · met Academy-account
  9. Techniek en veilig onderhoud · met Academy-account
  10. Lek, brand en noodorganisatie · met Academy-account
  11. Wachtwisseling en vermoeidheid · met Academy-account
  12. Van online kennis naar vakbekwaamheid · met Academy-account
  13. De formatie bepaalt het beeld en de manoeuvre · met Academy-account

Begin met de lessen

Lees de eerste vier lessen. Open een hoofdstuk en begin direct.

1 De duwboot en het duwstel

Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen

Begrijpen hoe het werkt

Leerdoel: Je kunt benoemen welk onderdeel welke functie heeft.

Bij duwvaart werkt een duwboot samen met een of meer duwlichters. De duwboot levert voortstuwing en besturing; de lichters nemen de lading mee. Het verband moet als geheel beoordeeld worden. Een losse bak en een samengesteld duwstel hebben niet dezelfde beweging, afmetingen of werkplekken.

Het geheel telt
De schipper beoordeelt samenstelling, zicht, manoeuvreereigenschappen en de geldende beperkingen. Een schema met bakken is nog geen goedgekeurd koppelplan. De feitelijke configuratie moet passen bij schip, certificaten, uitrusting en vaarweg.
Benoemen voorkomt verwarring
Gebruik de aan boord afgesproken benaming en identificatie van iedere bak. Spreek niet alleen over “de voorste”; bij meerdere rijen of een wijziging kan die aanduiding onduidelijk zijn. Leg tijdens de briefing vast welk voertuig en welke werkplek bedoeld worden.
Veerhaven als herkenbaar voorbeeld
Veerhaven beschrijft droge-bulkvervoer naar Duisburg met zeven duwboten, een havenduwboot, circa honderd duwlichters en twee inspectieboten. Dat laat zien dat duwvaart ook planning, onderhoud en controle aan de wal vraagt. Dit is openbare vlootinformatie, geraadpleegd op 10 oktober 2026; Binnenvaart Academy is geen opleiding van Veerhaven.
Lange en brede zesbaksformatie
We schrijven de formatie steeds als aantal bakken in de lengte × aantal bakken in de breedte. De lange formatie 3 × 2 bestaat uit drie rijen achter elkaar met telkens twee bakken naast elkaar. De brede formatie 2 × 3 bestaat uit twee rijen achter elkaar met telkens drie bakken naast elkaar. Beide bevatten zes bakken, maar het geheel heeft een andere lengte en breedte. Ook de werkplek, zichtlijnen en afstand tot de kop veranderen. Benoem bij een melding daarom niet alleen “zes bakken”, maar ook de werkelijke opstelling.
Een formatie is niet automatisch toegestaan
Voor Bad Salzig–Gorinchem noemt artikel 11.02 van het Rijnvaartpolitiereglement, onder voorwaarden, maximaal zes bakken: in opvaart een lange formatie tot 269,50 × 22,90 m en in afvaart een brede formatie tot 193,00 × 34,35 m. Dit zijn grenzen voor het gehele duwstel, geen standaardafmetingen van iedere bak. Traject, waterstand, belading, uitrusting en scheepsdocumenten bepalen mede de toelating. De zesbaksgrens geldt niet als algemene regel voor alle Europese vaarwegen. Controleer ook de bijzondere voorwaarden en eventuele tijdelijke voorschriften; deze les is geen volledige toelatingstabel.
Basisroute: ieder onderdeel herkennen
Begin met de werkelijke baknamen of nummers aan boord. Leg samen met je begeleider vast wat kop, achterste rij, bakboord en stuurboord in deze opstelling betekenen. Gebruik dezelfde aanduidingen als de bemanning. Een eigen nummering in een lesplaat mag niet ongemerkt de boordnummering vervangen. Zoek vanaf een veilige plaats de verbindingen, toegangen en voorzieningen. Kun je een bak niet herkennen, vraag dat voordat je een opdracht aanneemt. Een heldere plaatsaanduiding is ook essentieel bij een noodmelding.
Verdieping: kijk naar het geheel
De duwboot levert de voortstuwing, maar de hele samenstelling moet ruimte krijgen. Denk aan de uiterste hoeken, belading, beschikbare vaarwegbreedte en de afstand die waarnemingen moeten overbruggen. Meer vermogen alleen zegt niet of een combinatie geschikt is voor een traject. Maak bij een wijziging een nieuwe schets met bakidentiteiten, afmetingen en bekende beperkingen. De schipper beoordeelt de toelaatbaarheid en het vaargedrag; de dekbemanning ondersteunt met betrouwbare gegevens.

Stap voor stap toepassen

Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.

  1. Teken de feitelijke combinatie, werkzone en toegestane route.
  2. Laat scheepsspecifieke gegevens en taakgrenzen uitleggen.
  3. Bespreek de gevolgen van één veranderende omstandigheid.
  4. Meld het effect op de afgesproken manoeuvre of dektaak.

Voorbeeld uit de boordpraktijk

Leg het in eigen woorden uit

Gebruik het leerdoel van “De duwboot en het duwstel”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.

De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.

Controleer daarna wat je geleerd hebt

Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.

Bronnen en naslag bij deze leerstof
2 Reisvoorbereiding en vaarweg

Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen

Begrijpen hoe het werkt

Begrippen bij deze les
diepgang
De verticale afstand van de waterlijn tot de onderkant van het schip, gemeten volgens de gebruikte scheepsgegevens.

Leerdoel: Je begrijpt waarom dezelfde route steeds opnieuw voorbereiding vraagt.

De route als werkdocument
Controleer met de bevoegde schipper de toepasselijke reglementen, actuele scheepvaartberichten, waterstanden, stremmingen en beperkingen op het traject. Afmetingen, diepgang en doorvaarthoogte moeten betrouwbaar bekend zijn. Deze les geeft geen algemene maximummaat of vaste kielspeling.
Zicht en vrije ruimte
Lading, bakken en stuurhuishoogte kunnen het zicht veranderen. Bruggen, nauwe passages en ontmoetingen vragen voorbereiding en taakverdeling. Een vrije route op de kaart is niet hetzelfde als voldoende ruimte voor de werkelijke combinatie.
Een concreet traject
De openbare Veerhaven-route loopt van Europoort via Hartelkanaal, Oude Maas, Beneden Merwede en Waal naar de Rijn en Duisburg. Gebruik dit als oriëntatievoorbeeld. De beschrijving vervangt geen actuele vaarinformatie of beslissing van de schipper.
Vaarweg, schip en omstandigheden samen lezen
Reisvoorbereiding combineert drie dossiers. Het vaarwegdossier bevat route, actuele berichten, bruggen, sluizen en relevante beperkingen. Het scheepsdossier bevat het daadwerkelijke verband, afmetingen, belading en toegestane configuraties. Het omgevingsbeeld bevat waterstand, zicht, wind en veranderingen die voor de reis relevant zijn. Een kloppend getal in één dossier bewijst niet dat de hele reis uitvoerbaar is. Leg vast welke gegevens actueel zijn en welke nog moeten worden bevestigd. Bespreek wat een nieuwe waterstand of gewijzigde bak aan de beoordeling verandert.
Van pegel naar beoordeling
Een pegelstand is een plaatselijke waterstand ten opzichte van het bijbehorende nulpunt. Het is niet rechtstreeks de waterdiepte onder het hele verband. Gebruik de voor het traject geldende vaarweginformatie en de juiste scheepsdiepgang. Een beperking kan bovendien over iets anders gaan dan diepte, bijvoorbeeld afmetingen, vaarrichting of bediening. Leer bij iedere bron vragen: waar geldt dit, wanneer is het bijgewerkt en welke referentie wordt gebruikt? Neem een waarde van een andere peilschaal niet zonder beoordeling over.
Sluis en brug als afzonderlijke reisstap
Controleer de toegestane afmetingen, beschikbare doorgang, bediening en eventuele stremming voor de werkelijke combinatie. Ook de wachtplaats, bereikbaarheid en communicatie verdienen aandacht. Een passage die gisteren kon, kan vandaag beperkt zijn door werkzaamheden of een andere bediening. Bij een beweegbare brug is een verwachte opening niet hetzelfde als een bevestigde vrije doorgang. Bespreek vooraf waar nog veilig kan worden gewacht of van het plan kan worden afgezien. Deze les geeft geen universele afstand voor dat beslismoment.
Bespreekscenario: de route verandert
Fictieve leersituatie: de reis is voorbereid voor een bepaalde opstelling. Daarna wordt een lege bak vervangen en verschijnt een nieuw vaarwegbericht. Welke gegevens moeten opnieuw worden bekeken? Vergelijk de schets, afmetingen, diepgang, belading en brondata met de vorige voorbereiding. Benoem wat al vaststaat en wat nog onzeker is. Een goede bespreking eindigt met een verantwoordelijke, een vervolgactie en een bevestiging vóór vertrek. Het antwoord is niet automatisch “doorgaan” of “annuleren”: eerst moet de gewijzigde situatie worden beoordeeld.

Waarom deze aanpak?

Een duwstel neemt ruimte in en reageert anders dan een klein vaartuig. Reisvoorbereiding gaat daarom over de werkelijke combinatie en de actuele omstandigheden, niet alleen over het eindpunt.

Stap voor stap toepassen

Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.

  1. Teken de feitelijke combinatie, werkzone en toegestane route.
  2. Laat scheepsspecifieke gegevens en taakgrenzen uitleggen.
  3. Bespreek de gevolgen van één veranderende omstandigheid.
  4. Meld het effect op de afgesproken manoeuvre of dektaak.

Voorbeeld uit de boordpraktijk

Leg het in eigen woorden uit

Gebruik het leerdoel van “Reisvoorbereiding en vaarweg”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.

De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.

Controleer daarna wat je geleerd hebt

Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.

Bronnen en naslag bij deze leerstof
3 Koppelen en ontkoppelen begrijpen

Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen

Begrijpen hoe het werkt

Begrippen bij deze les
diepgang
De verticale afstand van de waterlijn tot de onderkant van het schip, gemeten volgens de gebruikte scheepsgegevens.

Leerdoel: Je herkent de voorwaarden voor begeleid koppelwerk.

Een duwstel wordt met daarvoor bestemde verbindingen samengesteld. Bij het werken met draden en koppellieren kunnen beweging, spanning en knelpunten samen optreden. De veilige werkwijze hangt af van de aanwezige installatie.

De afspraak komt eerst
Bespreek taakverdeling, communicatie, werkgebied en stopmelding vóór het werk. De verantwoordelijke bepaalt de werkwijze op basis van het geldende koppelplan en de fabrikant. De les bevat bewust geen algemene draadrouting, aantal slagen of lierinstelling.
Afwijkingen zijn informatie
Meld zichtbare schade, ontbrekende voorzieningen of een ongeschikte overgang. Ga niet zelf een defect corrigeren of met ander materiaal compenseren. Ervaring met een andere lier is geen instructie voor deze installatie.
Ontkoppelen is ook gepland werk
Het losmaken vraagt eveneens opdracht, passende voorwaarden en communicatie. Onverwachte beweging of resterende spanning kan gevaarlijk zijn. Volg de gecontroleerde scheepsprocedure; maak een belaste verbinding niet eigenmachtig los.

Een gewijzigde samenstelling verandert de krachtweg

Een duwstel is meer dan opgetelde lengten

De bakken, duwboot en koppelingen dragen gezamenlijk de manoeuvreerkrachten. Een andere bakvolgorde of belading verandert windvang, waterweerstand, zicht en de krachten in de verbindingen. De voorgeschreven configuratie en koppelmethode moeten daarom bij de actuele samenstelling horen. Een eerder bruikbare passage of opstelling wordt opnieuw beoordeeld na een wijziging.

Beweging tijdens koppelen beheersen

Het gevaar zit niet alleen in een gebroken verbinding, maar ook in relatieve beweging tussen de delen tijdens het aanbrengen. Houd overstap, communicatie en positie van mensen los van de krachtweg. Een lijn of draad die nog niet definitief is opgenomen kan onverwacht strak komen.

Waarom deze aanpak?

Waarom er krachten in een verbinding staan
De verbindingen dragen krachten over tussen onderdelen van het verband. Een verschil in beweging, ligging of belasting kan de toestand veranderen. Een draad die er rustig uitziet, is niet automatisch onbelast. Kijk niet alleen naar één zichtbaar stuk, maar naar het hele systeem met bevestigingspunten en bediening. De juiste draadloop, spanning en volgorde horen bij het specifieke koppelplan en de installatie-instructie. De illustratie toont het principe en schrijft geen draadloop of instelling voor.
Vooraf: taak, volgorde en stopmelding
Een bruikbare briefing noemt welke bakken betrokken zijn, wie de werkzaamheden leidt, welke mensen bedienen en hoe de meldingen lopen. Bespreek ook toegangen, positie van de bemanning en wat gebeurt als iemand de verbinding verliest. Laat een onbekende term of onduidelijke stap uitleggen. Spreek niet alleen af hoe het werk begint, maar ook wanneer het wordt onderbroken en wie toestemming geeft om te hervatten. Een gereedmelding mag uitsluitend gaan over wat werkelijk is gecontroleerd.
Een afwijking melden zonder zelf te corrigeren
Je ziet bijvoorbeeld dat een draad afwijkend loopt, een onderdeel beschadigd lijkt of een bak anders beweegt dan verwacht. Benoem het onderdeel en de waarneming. Vermijd conclusies die je niet kunt onderbouwen, zoals “de verbinding is zeker nog sterk genoeg”. Laat de verantwoordelijke beoordelen welke controle nodig is. Ga niet een belaste draad verleggen, extra spanning aanbrengen of een hulpmiddel improviseren om de planning te halen. Een gemelde onzekerheid geeft het team de kans de taak opnieuw veilig te organiseren.
Bespreekscenario: de afspraak valt weg
Fictieve leersituatie: je bent toegewezen aan een koppelwerkzaamheid, maar de afgesproken bevestiging uit de stuurhut blijft uit. Wat weet je nog zeker? Wat ontbreekt? Leg uit hoe je de afgesproken stopprocedure volgt en via welke terugvalmogelijkheid contact kan worden hersteld. Bespreek pas daarna hoe de taak kan worden hervat. De oefening gebeurt als gesprek; je veroorzaakt geen echte storing en onderbreekt geen actieve verbinding als experiment.

Stap voor stap toepassen

Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.

  1. Teken de feitelijke combinatie, werkzone en toegestane route.
  2. Laat scheepsspecifieke gegevens en taakgrenzen uitleggen.
  3. Bespreek de gevolgen van één veranderende omstandigheid.
  4. Meld het effect op de afgesproken manoeuvre of dektaak.

Voorbeeld uit de boordpraktijk

Leg het in eigen woorden uit

Wat ontbreekt aan 'de lengte past dus het kan'?

Onder meer breedte, diepgang, toegestane samenstelling, manoeuvreerbaarheid, zicht en de geschiktheid van de koppelingen.

Gebruik het leerdoel van “Koppelen en ontkoppelen begrijpen”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.

De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.

Controleer daarna wat je geleerd hebt

Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.

Bronnen en naslag bij deze leerstof
4 Veilig dekwerk en lijnsystemen

Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen

Begrijpen hoe het werkt

Leerdoel: Je herkent gevaar voordat je een werkgebied betreedt.

Op dek liggen werk, verkeer en installatie dicht bij elkaar. Een losse draad, lier, luik of bewegende bak kan een veilige route veranderen. Kijk niet alleen naar waar je voeten staan maar ook naar wat kan bewegen.

De hele opstelling beoordelen
Een lijn kan bij belasting verplaatsen of bij breuk terugslaan. Ook buiten een geschilderd vlak kunnen mensen geraakt worden. Loop niet door lussen en sta niet in knelpunten tussen voertuigen of onderdelen.
Opgeruimd is een werkvoorwaarde
Looproutes en vluchtwegen moeten bruikbaar blijven. Materialen horen op hun afgesproken plaats. Een defect of onverwachte beweging vraagt een stopmelding; het aantal mensen op dek en hun positie horen bij de taakafspraak.
Verantwoordelijkheid blijft zichtbaar
Alleen de geïnstrueerde en aangewezen bediener gebruikt de installatie. Wanneer iemand in het werkgebied komt, moet dat in de communicatie meegenomen worden. Een veilige opstelling wordt telkens voor de feitelijke taak beoordeeld.
Tros en staaldraad zijn verschillende materialen
Een vezeltros en een staaldraad hebben andere opbouw, gebruikseigenschappen en controlepunten. Bij een tros kunnen onder meer slijtage, beschadiging en aantasting van materiaal zichtbaar worden; bij staaldraad kunnen onder meer vervorming, draadbreuken en corrosie aandacht vragen. Niet elke aantasting is met een snelle blik betrouwbaar te beoordelen. Ken daarom de voorgeschreven controles, afkeurcriteria en registratie voor het gebruikte product. Deze cursus geeft geen universeel aantal draadbreuken, percentage slijtage of zelfbedachte proefbelasting.
Inspectie is geen belastingsproef
Controle vindt plaats onder de afgesproken veilige omstandigheden, met passende toegang en zonder handen of lichaam bij een bewegend systeem te brengen. Een verdachte lijn wordt niet “even getest” door eraan te trekken of meer spanning te geven. Leg de plaats en aard van de afwijking vast en meld deze. Laat een bevoegde persoon beslissen over gebruik, vervanging en vrijgave. Gebruik foto’s alleen vanaf een veilige positie en wanneer dit het werk niet afleidt.
Knelpunten en terugslag begrijpen
Een knelpunt kan ontstaan tussen bak en bak, bij een geleider of tussen een bewegende draad en een vast onderdeel. Een lijn kan bij verandering van spanning of breuk onverwacht bewegen. De richting en het bereik hangen af van het hele systeem; een eenvoudige gekleurde cirkel is geen gegarandeerde veilige zone. Een taakgerichte beoordeling moet ook rekening houden met naastgelegen onderdelen en de vluchtmogelijkheid. Een veilige looproute voor rustend dekwerk is niet vanzelf geschikt terwijl gekoppeld of verhaald wordt.
Werkhouding en verplaatsen van materiaal
Duwvaart vraagt ook veel kleine handelingen: materiaal klaarleggen, een route vrijhouden en gereedschap verplaatsen. Bespreek hulpmiddelen en samenwerking bij zware of onhandige lasten. Een draaiende beweging, slechte grip of onverwachte beweging van het dek kan een handeling zwaarder maken dan op de wal. Kies niet voor snelheid wanneer je daardoor zicht, evenwicht of een veilige toegang verliest. Orde op dek maakt controles en meldingen makkelijker, maar vervangt de beoordeling van het lijnsysteem niet.

Stap voor stap toepassen

Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.

  1. Teken de feitelijke combinatie, werkzone en toegestane route.
  2. Laat scheepsspecifieke gegevens en taakgrenzen uitleggen.
  3. Bespreek de gevolgen van één veranderende omstandigheid.
  4. Meld het effect op de afgesproken manoeuvre of dektaak.

Voorbeeld uit de boordpraktijk

Leg het in eigen woorden uit

Gebruik het leerdoel van “Veilig dekwerk en lijnsystemen”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.

De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.

Controleer daarna wat je geleerd hebt

Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.

Bronnen en naslag bij deze leerstof

Verder met les 5?

Met één gratis account volg je alle cursussen en bewaar je jouw voortgang.

Verder leren · inloggen of account maken

Probeer 4 vragen

Vraag 1 van 4

Je gaat helpen op een duwboot en kent de lier voor de koppeldraad nog niet. Wat heb je vóór bediening nodig?

Het cursusboek

Bekijk de eerste acht pagina’s zonder account.

Bekijk het cursusboek Download PDF
Bronnen en cursusinformatie
Officieel examen, diploma of bevoegdheid

Deze online cursus geeft geen vaarbevoegdheid of specifieke vergunning voor grote konvooien. Welke bevoegdheden nodig zijn hangt af van het verband, de werkzaamheden en het vaargebied. Controleer de toepasselijke route en voorwaarden bij de bevoegde instantie.

De interne oefennorm, vraagverdeling en tijdslimiet kunnen verschillen van het externe examen. Onze voorbereiding is geen garantie op volledige examendekking of slagen.

CBR: specifieke vergunningen binnenvaart →

Bronnen en regelgeving

Bron en naslag: CESNI: technische en professionele kaders binnenvaart ↗

Praktijkvoorbeelden bij deze les

Fenders beschermen alleen bij het juiste contact

Blauw en zwart werkvaartuig DWII met rondom zichtbare fenders

Het werkvaartuig DWII heeft rondom forse fenders om contact met een ander schip of een kade op te vangen. Voor langszij komen moeten de contactplaats en de onderlinge beweging zijn afgesproken. Controleer of de fenders bij de werkelijke contacthoogte uitkomen. Een fender beschermt geen reling, uitsteeksel of persoon die buiten die contactzone terechtkomt.

Een werkschip naast de overslagkade

Wit en blauw werkvaartuig naast een schip aan een industriële kade

Naast de industriële kade ligt een kleiner werkvaartuig. Zulke vaartuigen kunnen personeel of materieel brengen terwijl aan de wal andere werkzaamheden doorgaan. Stem aankomst, toegang tot het schip en vertrek af met de verantwoordelijken voor de overslag. Voorkom dat iemand via een laadslang, onbeveiligde rand of bewegende verbinding probeert over te stappen.

Praktijkvoorbeelden bij deze les

PAULA bestuurt het hele duwstel

Rode duwboot Paula achter een bak op een smalle vaarweg

De duwboot werkt achter een bak die de voorzijde van het samenstel vormt. De ruimte voor een bocht wordt bepaald door het hele stel en de plaats waar de koersverandering doorwerkt. Spreek waar nodig een waarnemingspositie voor op de bak af, zonder de bemanning in een onveilige werkplek te zetten.

Een duwstel onder een brug

Duwboot achter een geladen bak bij een brug

Voor het duwstel tellen de breedte van de bak, de hoogte van de stuurhut en eventuele uitstekende delen mee bij de brugpassage. Controleer de grenzen voor het hele samenstel. De duwboot die zelf onder de brug past, bewijst niet dat de bak of haar lading voldoende vrije ruimte heeft.

Een scheepscasco als bijzonder transport

Groot scheepscasco met een vaartuig ervoor en een vaartuig erachter op de rivier

Het grote casco heeft begeleidende vaartuigen voor en achter. Voor zo’n samenstel moeten totale afmetingen, manoeuvreerruimte, sleep- of duwverbindingen en communicatie in het transportplan zijn vastgelegd. Houd bij een ontmoeting rekening met de beperkingen van het geheel, niet alleen met de ruimte rond één begeleidend vaartuig.

Praktijkvoorbeelden bij deze les

Duwvaart bij een besneeuwde oever

Duwboot Rheinland met duwsteunen voor een besneeuwde rivieroever

De duwsteunen van RHEINLAND zijn zichtbaar aan de voorzijde. Voor het koppelen moeten contactvlakken, bevestigingspunten en looproutes vrij zijn van omstandigheden die grip of aansluiting verstoren. Beoordeel de koppeling op de actuele toestand; sneeuw aan de wal vertelt niet of het dek zelf ijsvrij is.

De Loods

Vind je weg in de Academy

Waar wil je meer over weten? Ik zoek in de openbare informatie op deze Academy en help je een cursus te vinden.

    Lees de gevonden bron voor de volledige uitleg.