PraktijkcursusReanimatie en AED aan boord
Herkennen, alarmeren, reanimeren en de AED gebruiken.
Begin met les 1 Probeer 4 vragen
Volledige inhoudsopgave (20 hoofdstukken)
- Een circulatiestilstand herkennen
- Afwijkende ademhaling en twijfel
- Vroeg alarmeren en telefonische begeleiding
- De ambulance moet het schip kunnen vinden
- De luchtweg openen en beoordelen · met Academy-account
- Bewusteloos maar duidelijk normaal ademend · met Academy-account
- Borstcompressies bij volwassenen · met Academy-account
- Onderbrekingen en vermoeidheid beperken · met Academy-account
- Beademingen en de verhouding 30:2 · met Academy-account
- Masker, hygiëne en grenzen van hulpmiddelen · met Academy-account
- De AED voorbereiden en aansluiten · met Academy-account
- Elektroden en huidcontact · met Academy-account
- Schok geadviseerd: veilig doorgaan · met Academy-account
- Geen schok: reanimatie blijft nodig · met Academy-account
- Waterongeval en een natte omgeving · met Academy-account
- Kinderen: grenzen en Nederlandse verdieping · met Academy-account
- Veilig helpen op dek en in kleine ruimten · met Academy-account
- Samenwerking tijdens de reanimatie · met Academy-account
- AED beschikbaarheid en beheer · met Academy-account
- Hersteltekens, overdracht en nazorg · met Academy-account
Begin met de lessen
Lees de eerste vier lessen. Open een hoofdstuk en begin direct.
1 Een circulatiestilstand herkennen
Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen
Begrijpen hoe het werkt
Leerdoel: Je herkent wanneer basale reanimatie nodig is.
Een hartinfarct en een circulatiestilstand zijn niet hetzelfde. Bij een infarct kan iemand nog aanspreekbaar zijn; bij een circulatiestilstand valt de effectieve bloedsomloop weg. Wacht bij ernstige klachten zoals drukkende borstpijn, benauwdheid of plotselinge bewusteloosheid niet op een diagnose van een collega: schakel 112 in.
Voor de eerstehulpverlener zijn niet reageren en niet normaal ademen de beslissende signalen om van een circulatiestilstand uit te gaan. Je hoeft daarvoor geen pols te zoeken. Een leek kan daarmee tijd verliezen of een onjuiste conclusie trekken. Een AED beoordeelt later of het hartritme een schok nodig heeft; jouw eerste beoordeling bepaalt of je begint te helpen.
Deze cursus richt zich op volwassen slachtoffers. Kinderen en waterongevallen hebben een eigen verdiepingshoofdstuk. Online leren ondersteunt herkenning en voorbereiding. Handpositie, compressiekwaliteit en beademing vragen daarnaast oefening en feedback met een pop.
Stap voor stap toepassen
Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.
- Oefen op een pop en trainings-AED met een reanimatie-instructeur.
- Laat de betreffende vaardigheid voordoen en leg het doel uit.
- Voer het onderdeel uit en ontvang concrete feedback.
- Herhaal in een samenhangend oefenscenario met alarmering en taakverdeling.
Voorbeeld uit de boordpraktijk
Boordvoorbeeld
Een collega zakt in de accommodatie in elkaar. Hij reageert niet en ademt niet normaal. Je roept hulp, laat 112 bellen en een AED halen en begint na de ademhalingscontrole met reanimatie. Je wacht niet op de schipper om de medische situatie te bevestigen.
Leg het in eigen woorden uit
Gebruik het leerdoel van “Een circulatiestilstand herkennen”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.
De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.
Controleer daarna wat je geleerd hebt
Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.
2 Afwijkende ademhaling en twijfel
Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen
Begrijpen hoe het werkt
Leerdoel: Je verwart happen naar lucht niet met normale ademhaling.
Open na het alarmeren de luchtweg en beoordeel de ademhaling maximaal tien seconden met kijken, luisteren en voelen. Bij niet reageren en afwezige of niet-normale ademhaling begin je te reanimeren. Bij twijfel over normale ademhaling handel je als bij niet-normale ademhaling. Beschrijf aan de centralist precies wat je ziet, bijvoorbeeld losse happen met lange pauzes.
Een eenmalige zucht tijdens de reanimatie betekent niet dat de circulatie betrouwbaar is hersteld. Onderbreek niet zomaar om opnieuw uitgebreid te onderzoeken. Volg de AED en de meldkamer; duidelijke terugkeer van bewustzijn en normale ademhaling zijn samen belangrijke signalen.
Waarom deze aanpak?
Een slachtoffer kan in de eerste minuten nog losse, trage of luidruchtige happende bewegingen maken. Dat heet agonale ademhaling of gasping. Het lijkt soms op ademen, maar is geen normale ademhaling. Ook trekkingen kunnen voorkomen bij een circulatiestilstand. Ga daarom niet uitsluitend af op beweging of geluid.
Stap voor stap toepassen
Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.
- Oefen op een pop en trainings-AED met een reanimatie-instructeur.
- Laat de betreffende vaardigheid voordoen en leg het doel uit.
- Voer het onderdeel uit en ontvang concrete feedback.
- Herhaal in een samenhangend oefenscenario met alarmering en taakverdeling.
Voorbeeld uit de boordpraktijk
Boordvoorbeeld
Een bemanningslid zegt: “Hij ademt nog, ik hoorde een snurk.” De helper meldt aan 112 dat het slachtoffer niet reageert en slechts af en toe hapt. Deze observatie voorkomt dat een circulatiestilstand als gewone slaap wordt behandeld.
Leg het in eigen woorden uit
Gebruik het leerdoel van “Afwijkende ademhaling en twijfel”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.
De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.
Controleer daarna wat je geleerd hebt
Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.
3 Vroeg alarmeren en telefonische begeleiding
Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen
Begrijpen hoe het werkt
Leerdoel: Je belt vroeg en houdt je handen vrij.
Controleer eerst of je veilig kunt helpen en of het slachtoffer reageert. Reageert de persoon niet, laat dan direct 112 bellen en een AED brengen. Ben je alleen, bel zelf en zet de telefoon op luidspreker. Open vervolgens de luchtweg en beoordeel de ademhaling. Je hoeft niet eerst het hele medische onderzoek af te maken voordat je hulp inschakelt.
De centralist stelt vragen en geeft aanwijzingen. Zeg wat je waarneemt, ook als je onzeker bent. Leg je telefoon zo neer dat je hem hoort terwijl je helpt. Laat bij voldoende mensen een collega de melding en toegang verzorgen; degene die reanimeert kan dan doorgaan. Laat de interne boordmelding de externe spoedmelding niet vervangen.
Roep mensen gericht aan. “Jij belt 112 en zegt dat hij niet reageert”, werkt beter dan “iemand moet bellen”. Vraag een korte bevestiging dat de taak is begrepen. Tijdens een echte noodsituatie volg je de centralist; tijdens een oefening gebruik je een afgesproken oefenmelding en bel je geen echt noodnummer.
Ben je alleen bij een niet-reagerende volwassene zonder normale ademhaling en is de AED binnen één minuut beschikbaar, dan haal je die volgens de NRR-volgorde nadat 112 is gebeld. Is de AED niet binnen één minuut beschikbaar, start dan met compressies. Deze één-minuutkeuze is geen opdracht om een minuut af te wachten; werk direct en volg de centralist.
Stap voor stap toepassen
Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.
- Oefen op een pop en trainings-AED met een reanimatie-instructeur.
- Laat de betreffende vaardigheid voordoen en leg het doel uit.
- Voer het onderdeel uit en ontvang concrete feedback.
- Herhaal in een samenhangend oefenscenario met alarmering en taakverdeling.
Voorbeeld uit de boordpraktijk
Boordvoorbeeld
Twee helpers zijn aanwezig. Helper A beoordeelt en reanimeert. Helper B belt op luidspreker, noemt de positie en haalt de AED als de taakverdeling dat mogelijk maakt. Een derde helper ontvangt de ambulance.
Leg het in eigen woorden uit
Gebruik het leerdoel van “Vroeg alarmeren en telefonische begeleiding”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.
De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.
Controleer daarna wat je geleerd hebt
Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.
4 De ambulance moet het schip kunnen vinden
Werking → waarom → aanpak → boordvoorbeeld → zelf uitleggen → vragen
Begrijpen hoe het werkt
Leerdoel: Je geeft een bruikbare locatie en organiseert toegang.
Een scheepsnaam alleen is meestal onvoldoende om hulp snel bij het slachtoffer te krijgen. Geef het land, vaarwater of haven, ligplaats of actuele positie, juiste oever en een bereikbare toegang vanaf de wal. Noem een herkenbaar adres of coördinaten als je die betrouwbaar kunt geven. Zeg ook waar het slachtoffer aan boord ligt en welke hindernissen er zijn.
Een derde helper kan de looproute vrijhouden, de loopplank controleren en de hulpverleners aan de wal opvangen. Denk aan toegangspoorten, trappen en meerdere langszij liggende schepen. Een veilig gangboord betekent nog niet dat een brancard overal past. Maak deze informatie vóór een incident beschikbaar voor elke wacht.
Waarom deze aanpak?
Een schip kan zich verplaatsen. De schipper organiseert veilige scheepsvoering en stemt een geschikte toegang of ontmoetingsplek met de hulpdiensten af. Een helper gaat niet zelfstandig verplaatsen, afmeren of varen met een onbevoegde bemanning omdat dat medisch sneller lijkt. De meldkamer moet weten als de locatie verandert.
Stap voor stap toepassen
Begeleide leeropdracht: gebruik deze stappen om de uitleg met de eigen boordpraktijk te verbinden. De bediening en technische volgorde komen uit de instructie van de aanwezige installatie of de geldende taakprocedure.
- Oefen op een pop en trainings-AED met een reanimatie-instructeur.
- Laat de betreffende vaardigheid voordoen en leg het doel uit.
- Voer het onderdeel uit en ontvang concrete feedback.
- Herhaal in een samenhangend oefenscenario met alarmering en taakverdeling.
Voorbeeld uit de boordpraktijk
Boordvoorbeeld
Het schip ligt aan bakboordzijde van een ander schip in een haven. De melder noemt de waltoegang en legt uit dat de hulpverleners over een tweede schip moeten. Een aangewezen collega wacht bij de poort.
Leg het in eigen woorden uit
Gebruik het leerdoel van “De ambulance moet het schip kunnen vinden”. Leg zonder de les erbij uit hoe het werkt, waarom de beschreven aanpak nodig is en hoe je dit op jouw schip herkent. Bespreek de bestaande opdracht of het voorbeeld met je begeleider en benoem welke informatie je vóór toepassing nog moet controleren.
De begeleider kijkt naar jouw uitleg, de gekozen volgorde, de herkende grens en het werkelijke resultaat van de afgesproken oefening. Wat je nog niet kunt onderbouwen, lees en bespreek je opnieuw.
Controleer daarna wat je geleerd hebt
Maak de beschikbare oefenvragen pas na de uitleg en de eigen uitwerking. Vergelijk na je antwoord de onderbouwing met de les. Gebruik een fout als aanwijzing welk begrip of welke afweging je opnieuw moet leren.
Verder met les 5?
Met één gratis account volg je alle cursussen en bewaar je jouw voortgang.
Verder leren · inloggen of account makenProbeer 4 vragen
Vraag 1 van 4
Je hebt alle vier de vragen gemaakt
Je hebt kennisgemaakt met dit onderwerp. Je hoeft het nog niet allemaal te weten. In de lessen ontdek je hoe het werkt, waarom je het zo doet en hoe je ermee oefent.
Ontdek de uitleg in les 1 →Het cursusboek
Bekijk de eerste acht pagina’s zonder account.
Bekijk het cursusboek Download PDF