Nooduitgang en toegangsafspraken op een scheepsdeurPraktijkcursus

Veiligheidswijzers aan boord

Leer de basis, bekijk de praktijkvoorbeelden en oefen stap voor stap.

Begin met les 1 Probeer 4 vragen

Volledige inhoudsopgave (7 hoofdstukken)
  1. Werken met gevaarlijke stoffen
  2. Ademhalingsbescherming
  3. Elektronische apparatuur veilig gebruiken
  4. Veilig aan en van boord
  5. Werken bij extreem weer · met Academy-account
  6. Veilig werken bij besloten ruimten · met Academy-account
  7. Veiligheidsinformatiebladen lezen en gebruiken · met Academy-account

Begin met de lessen

Lees de eerste vier lessen. Open een hoofdstuk en begin direct.

1 Werken met gevaarlijke stoffen
Begrippen bij deze les
overslag
Lading verplaatsen tussen schip en wal, of tussen twee schepen.
atmosfeer
Hier: de lucht en aanwezige gassen in een ruimte. Een ruimte kan zuurstoftekort of schadelijke of brandbare gassen bevatten.

Herken gevaren, lees etiketten en bepaal welke maatregelen vóór het werk nodig zijn.

01 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

Veilig werken begint
met weten wat je doet

Werk je met een gevaarlijke stof? Ken het product, beoordeel de taak en volg de actuele werkinstructie. Dat geldt aan boord, op de terminal en tijdens een ladinginspectie.

Waarom een vaste werkwijze?

Chemische en minerale stoffen verschillen sterk. Ook de juiste behandeling, opslag, verwerking, eerste hulp en noodmaatregelen verschillen per product. Werk daarom systematisch. Volg altijd de plaatselijke voorschriften en de procedures van schip, terminal en werkgever.

Voor wie en voor welke werkzaamheden?

Dit veiligheidsplan gaat over werkzaamheden waarbij je gevaarlijke stoffen gebruikt, hanteert, vervoert of bewaart. Het geldt ook wanneer je tijdens je werk aan zulke stoffen kunt worden blootgesteld. Denk aan monstername, controle, overslag, schoonmaak en onderhoud. Bemanningsleden en ladinginspecteurs moeten de risico’s van hun eigen taak kennen.

Wat verstaan we onder gevaarlijke stoffen?

• Stoffen met schadelijke gezondheidseffecten, zoals giftigheid, bijtende werking, irritatie of het veroorzaken van allergieën.

• Stoffen waarvoor een beroepsmatige blootstellingsgrens geldt.

• Kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting schadelijke stoffen (CMR-stoffen).

• Biologische agentia, zoals schadelijke micro-organismen. Hiervoor kunnen aanvullende regels gelden.

• Stof, rook, gas, nevel of damp waarbij blootstelling een gezondheidsrisico oplevert; een overschreden grenswaarde vraagt maatregelen.

Een stof kan natuurlijk of kunstmatig zijn en voorkomen als vaste stof, vloeistof, gas of damp. Niet elke stof valt onder dezelfde wettelijke indeling. Het risico hangt af van de eigenschappen, de hoeveelheid, de vorm en de manier waarop je ermee in aanraking komt.

Wie organiseert veilig werken?

De werkgever of leidinggevende zorgt voor begrijpelijke productinformatie, werkinstructies, opleiding en begeleiding. Daarvoor worden onder meer het veiligheidsinformatieblad (VIB/SDS) en de werkplekinstructiekaart (WIK) gebruikt. De verdere taakverdeling staat op de volgende pagina.

ONTHOUD

Een gesloten verpakking betekent niet automatisch dat elke handeling veilig is. Beoordeel ook openen, overgieten, bemonsteren, lekkage en afval.

02 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

Duidelijke taken.
Juiste productinformatie.

Wie doet wat? De leidinggevende organiseert de voorwaarden. De uitvoerder controleert vóór het werk of informatie, middelen en afspraken bij de taak passen.

De leidinggevende zorgt voor de randvoorwaarden

• Verstrek waar nodig een actuele werkinstructie, een VIB/SDS of WIK. Regel opleiding, instructie en passende begeleiding.

• Volg bedrijfsgezondheidskundige adviezen op en organiseer waar nodig gezondheidstoezicht.

• Controleer de afspraken met ingehuurde bedrijven over het beheersen van gevaarlijke stoffen.

• Inventariseer en beoordeel de blootstellingsrisico’s binnen de werkzaamheden van de inspecteur of medewerker.

• Organiseer periodieke training. Zorg daarnaast voor de vereiste taakgerichte bewustwording voor de vervoerswijzen waarmee iemand werkt: ADR (weg), ADN (binnenvaart), RID (spoor) en IMDG (zee).

De uitvoerder bereidt zijn eigen taak voor

• Ken vóór de start de productgevaren, benodigde bescherming, eerste hulp en transportvoorwaarden. Vraag bij onduidelijke informatie uitleg aan je leidinggevende.

• Zorg op de werkplek voor voldoende relevante productinformatie: werkinstructie, VIB/SDS en/of WIK.

• Draag de voor de taak vastgestelde veiligheidsuitrusting. De basisuitrusting voor operationele ladinginspecties bestaat uit een brandvertragende en antistatische overall, veiligheidsbril, veiligheidsschoeisel, helm, werkhandschoenen en een persoonlijke gasdetectiemonitor.

• Label monsters en stoffen correct. Laat vervoer over de weg plaatsvinden volgens de toepasselijke ADR-regels.

• Voer verontreinigde touwen, lappen, flessen en ander chemisch afval via de afgesproken afvalroute af.

Het veiligheidsinformatieblad: beschikbaar én bruikbaar

Iedereen die de taak uitvoert moet op locatie eenvoudig bij het juiste VIB/SDS kunnen. Het document komt van fabrikant of leverancier. Controleer of het bij het werkelijke product en de toepassing hoort en of relevante wijzigingen zijn verwerkt. REACH schrijft geen algemene vaste vervaldatum voor ieder VIB voor.

De opbouw volgt bijlage II van REACH, Verordening (EG) 1907/2006, zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2020/878. Een bedrijfsapp of documentenmap kan de informatie beschikbaar maken, maar vervangt het lezen en begrijpen niet.

PRAKTIJK

Opdracht en VIB noemen verschillende producten? Laat de identiteit en passende veiligheidsinformatie eerst bevestigen. Begin de betreffende risicovolle taak nog niet.

03 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

Lees het etiket.
Herken het gevaar.

Wat vertelt een label? Welke stof je voor je hebt, welke gevaren gelden en welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Lees daarbij ook het bijbehorende VIB/SDS.

Monsters en chemicaliën moeten herkenbaar zijn gelabeld. Vermeld de productnaam en, wanneer van toepassing, het UN-nummer en de vereiste gevareninformatie. Voor vervoer kunnen aanvullende transportetiketten en verpakkingsvoorschriften gelden.

De bouwstenen van een CLP-etiket

De CLP-verordening (EG) 1272/2008 regelt de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. De indeling bepaalt welke informatie op het etiket moet staan.

• Gevarenpictogram: het zwarte symbool in een wit vlak met een rode ruitrand.

• Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing”, afhankelijk van de indeling.

• H-zin: beschrijft de aard en, waar van toepassing, de ernst van het gevaar.

• P-zin: geeft een aanbevolen voorzorgsmaatregel voor voorkomen, handelen, opslag of verwijdering.

• EUH-zin: aanvullende Europese gevareninformatie wanneer die van toepassing is.

Fysische gevaren - vier pictogrammen

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS01 - Exploderende bom

Kan horen bij ontplofbare stoffen, bepaalde zelfontledende stoffen en mengsels en bepaalde organische peroxiden.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS02 - Vlam

Kan wijzen op ontvlambare gassen, aerosolen, vloeistoffen of vaste stoffen; ook op bepaalde zelfontledende, pyrofore of voor zelfverhitting vatbare stoffen, stoffen die met water brandbaar gas vormen en organische peroxiden.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS03 - Vlam boven een cirkel

Oxiderende gassen, vloeistoffen of vaste stoffen. Een oxiderende stof kan brand veroorzaken of versterken.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS04 - Gasfles

Gassen onder druk. De precieze gevaren hangen af van onder meer druk en temperatuur.

ONTHOUD

Meerdere pictogrammen kunnen tegelijk gelden. Een pictogram alleen vertelt niet welke werkmethode of welk beschermingsmiddel geschikt is.

04 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

Gezondheids- en
milieugevaren herkennen

Wat kan een stof met je doen? Dat verschilt per gevaarsklasse en categorie. Het pictogram geeft een eerste waarschuwing; de H-zinnen en het VIB geven de nadere uitleg.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS05 - Bijtend

Kan bijtend zijn voor metalen, ernstige brandwonden aan de huid of ernstig oogletsel veroorzaken. Niet elke vorm van lichte huid- of oogirritatie hoort bij dit pictogram.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS06 - Doodshoofd

Acute giftigheid met ernstige gevolgen bij inslikken, inademen of contact met de huid. De toepasselijke blootstellingsroute staat in de productinformatie.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS07 - Uitroepteken

Onder meer schadelijkheid bij acute blootstelling, huid- of oogirritatie, huidallergie, bepaalde effecten na eenmalige blootstelling en gevaar voor de ozonlaag. Lees welke aanduiding voor dit product geldt.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS08 - Ernstig gezondheidsgevaar

Onder meer luchtwegallergie, mutageniteit, kankerverwekkendheid, voortplantingstoxiciteit, specifieke orgaanschade na eenmalige of herhaalde blootstelling en aspiratiegevaar. De precieze indeling is productafhankelijk.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

GHS09 - Milieugevaarlijk

Gevaar voor het aquatisch milieu. Voorkom dat de stof in het oppervlaktewater, de bodem of een ongeoorloofde afvalstroom terechtkomt.

Hoe beoordeel je blootstelling?

De werkgever beoordeelt de risico’s en legt de aanpak vast in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Daarbij tellen producteigenschappen, werkzaamheden, duur en mate van blootstelling en de aanwezige beheersmaatregelen mee.

Maak onderscheid tussen een veiligheidsgrens, zoals de onderste explosiegrens (LEL), en een gezondheidskundige blootstellingsgrens. LEL gaat over ontvlambaarheid van een gas- of dampmengsel; een gezondheidsgrens over blootstelling van mensen. Ook onder een explosiegrens kan een stof giftig zijn.

PRAKTIJK

Een meter geeft weinig brandbare damp aan. Daarmee is nog niet vastgesteld dat de atmosfeer ook vrij is van giftige stoffen of geschikt is om in te werken.

05 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

Beperk blootstelling.
Controleer de maatregelen.

Wanneer is een meting bruikbaar? Als je weet welke stof, welke blootstellingsroute en welke referentieperiode worden beoordeeld. Een losse meetwaarde is geen complete vrijgave.

Drie begrippen bij gezondheidsgrenzen

Een grenswaarde heeft betrekking op een omschreven periode en toepassing. Gebruik de actuele grenswaarden die voor de werkplek gelden. Bij ontbreken van een wettelijke waarde moet de werkgever de beoordeling en een passende bedrijfsgrenswaarde of veilige werkwijze organiseren.

TGG-8u / TWA: een tijdgewogen gemiddelde over acht uur. TGG-15min / STEL: een kortdurende gemiddelde blootstelling, meestal over vijftien minuten. Ceiling / C: een plafondwaarde die niet mag worden overschreden.

Kies niet naar eigen inzicht alleen de grenswaarde die het gunstigst uitkomt. Laat zowel gemiddelde blootstelling als relevante pieken beoordelen. Stem de beheersmaatregelen, inclusief eventuele adembescherming, daarop af.

Een stof kan langs meerdere routes binnenkomen

• Door inademen van gas, damp, rook, nevel of stof.

• Door inslikken, bijvoorbeeld via verontreinigde handen.

• Via contact met of opname door de huid.

• Via de ogen, bijvoorbeeld bij spatten.

Wat moet de werkgever organiseren?

Zorg voor productinformatie, duidelijke instructie, opleiding, orde en netheid en passende opslag- en vervoersvoorzieningen. Beperk het gevaar eerst bij de bron, vervolgens met technische en organisatorische maatregelen en gebruik aanvullende PBM waar nodig. De maatregel moet bij de taak en de stof passen.

Wat hoort in instructie en training?

• Gezondheidsgevaren en de aard van de blootstelling.

• Grenswaarden, meetresultaten en handelen bij overschrijding.

• Voorzorgsmaatregelen om blootstelling en calamiteiten te voorkomen.

• Arbeidshygiënisch werken en productinformatie begrijpen: VIB/SDS, WIK en werkinstructie.

• Het kiezen, dragen en gebruiken van de voorgeschreven PBM.

• Maatregelen en alarmering bij een incident met gevaarlijke stoffen.

Gebruik voor persoonlijke bescherming en het vervoer van gevaarlijke stoffen de actuele procedures en werkinstructies die bij jouw taak en vervoerswijze horen.

LMRA - VLAK VOOR DE START

Controleer de werkplek opnieuw: is de taak nog hetzelfde, zijn de maatregelen aanwezig, zijn vluchtwegen vrij en werken de noodvoorzieningen? Los een onduidelijkheid op voordat je begint.

06 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

De NFPA-ruit lezen

Waarvoor is deze ruit bedoeld? Voor snelle herkenning van gevaren bij noodsituaties, zoals brand of lekkage. De ruit vervangt geen CLP-etiket, VIB of werkprocedure.

Op bepaalde locaties of in bepaalde landen kan een NFPA-aanduiding worden verlangd, ook op monsterhouders. Controleer de lokale eisen. De drie gekleurde vakken lopen van 0 (laagste categorie) tot 4 (hoogste categorie). De beoordeling richt zich op noodsituaties, niet op alle risico’s tijdens normaal dagelijks werk.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

Rood / F - ontvlambaarheid

Blauw / H - gezondheid

Geel / R - instabiliteit/reactiviteit

Wit - bijzondere gevaren

F - ontvlambaarheid

4

Zeer gemakkelijk ontvlambaar. Materialen die onder normale omstandigheden snel verdampen of zich gemakkelijk in de lucht verspreiden en gemakkelijk branden.

3

Kan onder vrijwel alle normale omgevingstemperaturen ontbranden; omvat bepaalde vloeistoffen en vaste stoffen.

2

Moet eerst matig worden verhit of aan een relatief hoge omgevingstemperatuur worden blootgesteld voordat ontbranding kan optreden.

1

Moet sterk worden verhit voordat ontbranding kan optreden.

0

Brandt niet onder de gebruikelijke beoordelingsomstandigheden.

H - acuut gezondheidsgevaar bij een noodsituatie

4

Kortdurende blootstelling kan dodelijk zijn of zeer ernstig blijvend letsel veroorzaken.

3

Kortdurende blootstelling kan ernstig of blijvend letsel veroorzaken.

2

Intense of aanhoudende, niet-chronische blootstelling kan tijdelijke uitval of mogelijk blijvend letsel veroorzaken.

1

Blootstelling kan duidelijke irritatie of licht letsel veroorzaken.

0

Bij noodsituatie-omstandigheden geen ongebruikelijk gezondheidsgevaar boven dat van gewone brandbare materialen; niet hetzelfde als algemeen onschadelijk.

Dit zijn leesomschrijvingen. Laat de concrete NFPA-score van een product bepalen of bevestigen door een deskundige op basis van productgegevens en de actuele norm.

07 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN

Bijzondere gevaren.
Geen aannames maken.

Betekent een leeg wit vak dat water veilig is? Nee. Het geeft geen algemene toestemming om met water te blussen. Volg de productinformatie en het noodplan en laat brandbestrijding aan daarvoor opgeleide mensen over.

R - instabiliteit / reactiviteit

4

Kan onder normale temperatuur en druk detoneren of explosief ontleden.

3

Kan detoneren of explosief reageren, maar vraagt doorgaans een sterke initiatiebron of verhitting onder opsluiting; ook zeer ernstige waterreactiviteit kan relevant zijn.

2

Kan bij verhoogde temperatuur of druk een heftige chemische verandering ondergaan of sterk met water reageren.

1

Is normaal stabiel, maar kan bij verhoogde temperatuur of druk instabiel worden.

0

Is normaal stabiel, ook bij blootstelling aan brand, en reageert niet gevaarlijk met water volgens de beoordeling.

Het witte vak: lees de aanduiding zorgvuldig

OX

Oxiderende stof. Je kunt ook de schrijfwijze OXY tegenkomen. De gestandaardiseerde NFPA-aanduiding is OX.

Het aanvullende symbool voor waterreactiviteit staat in de volledige PDF.

W met streep: bijzondere of gevaarlijke reactie met water. Neem dit als waarschuwing bij blussen én lekkagebestrijding. Gebruik niet op eigen initiatief een middel op waterbasis.

SA

Eenvoudig verstikkend gas; gestandaardiseerde aanvullende aanduiding naast OX en W met streep.

Het aanvullende symbool voor straling staat in de volledige PDF.

Het stralingssymbool waarschuwt voor stralingsgevaar. Het is geen standaardcode voor het witte NFPA 704-vak. Behandel stralingsgevaar volgens de daarvoor geldende voorschriften.

Gebruik een koppeling tussen de W-aanduiding en een R-cijfer niet als zelfstandig beslisschema: de aanduiding en score moeten bij de productbeoordeling volgens de actuele norm passen. Reactiviteit met water kan uiteenlopen van een reactie tot heftige gasvorming of explosiegevaar.

2 Ademhalingsbescherming
Begrippen bij deze les
atmosfeer
Hier: de lucht en aanwezige gassen in een ruimte. Een ruimte kan zuurstoftekort of schadelijke of brandbare gassen bevatten.

Begrijp het verschil tussen filters en ademlucht en controleer keuze, pasvorm en gebruiksgrenzen.

Ademhalingsbescherming

Wat moet je vóór gebruik weten? Welk gevaar aanwezig is, welke bescherming past en of jij het middel veilig kunt gebruiken. Een masker aantrekken is geen vervanging voor een veilige werkvoorbereiding.

Doel en toepassing aan boord

Deze les legt de werking en beperkingen uit van filtermaskers, deeltjesfilters, gasfilters en onafhankelijke ademlucht. De uitleg is bedoeld voor bemanningsleden, begeleiders en schippers die werkzaamheden voorbereiden of controleren. Volg strengere taak- en locatieafspraken wanneer die gelden.

Eerst de blootstelling beheersen

Vermijd de gevaarlijke stof of taak waar dat kan. Beperk resterende blootstelling met technische maatregelen, zoals afzuiging of geschikte ventilatie, en met organisatorische afspraken. Adembescherming kan aanvullend nodig zijn; het mag geen excuus worden om een onveilige situatie te laten bestaan.

Begrippen die je moet herkennen

• Afhankelijke bescherming: een filterend middel dat omgevingslucht gebruikt. Het maakt geen zuurstof.

• Onafhankelijke bescherming: een toestel dat geschikte ademlucht levert zonder voor de ademlucht afhankelijk te zijn van de werkplekatmosfeer.

• FFP: een filterend gelaatsstuk voor deeltjes; een stofmasker is niet automatisch geschikt tegen gas of damp.

• AOGLG: een atmosfeer met onmiddellijk gevaar voor leven of gezondheid. Gevaar kan ook door zuurstoftekort of onbekende concentraties ontstaan. Huidopname is een afzonderlijk risico dat adembescherming niet oplost.

De juiste keuze begint bij de taak

Laat de verwachte stoffen, concentraties en fysische vorm vaststellen: stof, nevel, rook, gas of damp vragen niet dezelfde bescherming. Beoordeel ook werkduur, inspanning, temperatuur, toegangsruimte en andere PBM. Gebruik alleen de door de verantwoordelijke geselecteerde en toegelaten combinatie van masker en filters.

ONTHOUD

Onbekende atmosfeer of onduidelijke blootstelling? Niet binnengaan of beginnen. Laat eerst een deskundige beoordeling en de benodigde maatregelen organiseren.

Filtermasker of ademlucht?

Wat is het belangrijkste verschil? Een filtermasker reinigt de lucht die er al is. Onafhankelijke ademlucht levert een andere ademluchtbron. Geen van beide maakt de hele werkomgeving vanzelf veilig.

Een filtermasker heeft duidelijke grenzen

Gebruik filters alleen wanneer de stoffen bekend zijn, het geschikte filter is geselecteerd en de concentraties en zuurstofvoorziening binnen de toegestane gebruikscondities vallen. Een zuurstofgetal zoals 20% uit een werkinstructie is geen zelfstandige vrijgave. De hele atmosfeer en de taak moeten beoordeeld zijn.

Half- en volgelaatsmaskers

Een halfgelaatsmasker sluit aan rond mond en neus. Een volgelaatsmasker sluit ook de ogen in. Oogbescherming en bescherming tegen spatten moeten bij het product passen. Een volgelaatsmasker biedt niet automatisch de juiste bescherming tegen elke bijtende stof of elk huidgevaar.

Een bedrijf of terminal kan voor bepaalde taken alleen een volgelaatsmasker toestaan. Dat is een taak- of bedrijfsafspraak. Maak daarvan geen algemene regel dat één maskertype voor alle werkzaamheden geschikt is.

Besloten ruimte: geen eigen uitzondering bedenken

Een gasvrijverklaring, een open mangat of een filterbus geeft op zichzelf geen toestemming om een besloten ruimte te betreden. Gebruik de betredingsprocedure. Filterbescherming is ongeschikt bij zuurstoftekort, onbekende stoffen of onmiddellijk gevaar. Specialistische toepassing in een vooraf beoordeelde ruimte vraagt een afzonderlijke deskundige onderbouwing en toestemming.

Nood of redding vraagt een georganiseerde aanpak

Betreed een gevaarlijke ruimte niet spontaan om iemand te helpen. Alarmeer de hulporganisatie. Een redding met ademlucht vraagt getrainde mensen, geschikte uitrusting, ondersteuning en een uitvoerbaar reddingsplan. Landelijke verschillen in de organisatie van redding zijn geen algemene toestemming of een algemeen verbod voor iedere situatie.

PRAKTIJKVRAAG

Een collega zegt: “We gebruiken een goed filter, dus de tank kan open.” Wat ontbreekt? De beoordeling van product, atmosfeer, taak, toegang en maatregelen. Een filter is geen werkvergunning.

Ademlucht en een goede pasvorm

Waar beschermt een toestel niet tegen? Het voorkomt geen explosie, hittebelasting, val of blootstelling van onbeschermde huid. Ook met ademlucht moet de werkplek veilig georganiseerd zijn.

Onafhankelijke adembescherming

Bij ademlucht uit een fles of geschikte externe toevoer ademt de gebruiker andere lucht in dan de omgevingslucht. Het toestel moet passen bij stof, taak en verblijfsduur. Alleen daarvoor opgeleide en geoefende personen gebruiken het. Controleer de toepasselijke opleidingseisen en oefen de specifieke uitrusting.

Houd rekening met gewicht, beperkte bewegingsruimte, luchtvoorraad, verbruik bij inspanning, slangen en de terugweg. Een genoemde gebruiksduur van bijvoorbeeld vijftien minuten is geen vaste garantie; reserve en daadwerkelijke gebruikscondities bepalen de planning.

Brand- en explosiegevaar blijft bestaan

Ademlucht maakt een brandbaar mengsel niet veilig. Een grens zoals 10% LEL in een procedure is een stop- of alarmgrens, geen toestemming om daaronder zonder verdere beoordeling te werken. Volg de strengere vrijgavecriteria die voor de taak gelden.

Bescherm ook de rest van het lichaam

Adembescherming alleen voorkomt geen letsel of opname via huid en ogen. Beoordeel onder meer ammoniak, zoutzuur, waterstofcyanide en onbekend chemisch afval op alle blootstellingsroutes. Kies passende kleding, handschoenen en oog- of gelaatsbescherming.

Een aansluitend masker moet bij jouw gezicht passen

• Laat de pasvorm van het gekozen type en de juiste maat beoordelen met een geschikte fit-test.

• Houd de afdichtingsrand vrij van baardhaar, stoppels en andere verstoringen.

• Een gewone brilpoot of ander PBM mag de afdichting niet doorbreken. Gebruik een passende oplossing voor brilgebruik.

• Voer bij iedere keer opzetten de voorgeschreven gebruikerscontrole van de afdichting uit. Deze seal check vervangt geen fit-test.

ONTHOUD

Een certificaat voor ademluchtgebruik vervangt geen actuele taakvrijgave. Een toestel beschermt alleen wanneer het compleet, passend, onderhouden en juist gebruikt is.

Controleren vóór je begint

Hoe controleer je een masker? Volgens de gebruiksaanwijzing van precies dat toestel. Gebruik geen algemene handeling die bij een ander masker hoort.

De seal check

Bij een positieve-drukcontrole wordt, wanneer de fabrikant dat voorschrijft, gecontroleerd of lichte overdruk zonder lekkage kan worden opgebouwd. Bij een negatieve-drukcontrole wordt gecontroleerd of lichte onderdruk kan worden vastgehouden. Welke openingen je afdekt, hoe je dat doet en hoe lang je wacht, verschilt per model.

Demonteer of blokkeer geen uitademventiel op eigen initiatief. De positieve en negatieve controle zijn geen aanleiding om van de fabrikantmethode af te wijken. Controleer ook bandjes, gelaatsstuk, aansluitingen en ventielen op beschadiging en correcte montage.

Wanneer verlaat je het werkgebied?

• Bij lekkage, slecht aansluiten, onverwachte ademweerstand of beschadiging.

• Bij vermoeden van filterdoorbraak, onverwachte geur of smaak, irritatie of klachten.

• Om een masker of filter te vervangen: eerst naar de afgesproken veilige plaats.

• Bij uitval van een toevoer- of aanblaassysteem, alarm of een andere wijziging van de veilige condities.

Verwijder het masker of filter niet midden in een gevaarlijke atmosfeer. Meld de afwijking en laat oorzaak en geschiktheid beoordelen voordat het werk wordt hervat.

Hoe werkt een gas- of dampfilter?

Veel gasfilters gebruiken actieve kool of behandeld adsorptiemateriaal. Stoffen worden aan het materiaal gebonden. Een A-filter en een filter voor B-, E- of K-stoffen zijn niet onderling uitwisselbaar op basis van uiterlijk of een toevallig aanvullend effect.

Gebruik alleen de opgegeven toepassing. Een BE-filter is niet automatisch een vervanging voor een voorgeschreven A-filter. Voor zeer giftige stoffen, chloor, fosgeen of koolmonoxide is specialistische selectie nodig; een gewone filterbus is geen algemene oplossing.

PRAKTIJK

De filterkleur lijkt goed, maar de productnaam staat niet in de toelating. Begin niet op basis van een vermoeden. Laat de geselecteerde combinatie en gebruiksgrenzen bevestigen.

Filterklasse en kleurcode

Wat zegt een klassegetal? Bij gasfilters vooral iets over de capaciteit; bij deeltjesfilters over de filterprestatie. Het getal bepaalt niet zelfstandig welke blootstelling voor jou veilig is.

Gasfilters: drie capaciteitsklassen

Klasse

Capaciteit

Bekende klasseaanduiding

1

Klein

1.000 ppm / 0,1 vol%

2

Middel

5.000 ppm / 0,5 vol%

3

Groot

10.000 ppm / 1 vol%

Dit zijn algemene capaciteitsgerelateerde aanduidingen, geen universele veilige werkconcentraties. De toegestane toepassing kan veel lager liggen door stofeigenschappen, grenswaarde, masker, beschermingsfactor en fabrikantvoorschrift. Klasse 3 is niet uitsluitend bedoeld als persluchtzuivering. Selectie van ademluchtkwaliteit is een afzonderlijk onderwerp.

Een grotere capaciteit kan meer gewicht en ademweerstand betekenen. Neem een vermelding als “twee tot vijf keer langer” niet over als vaste gebruiksduur. Doorbraak hangt sterk af van stof, mengsel, klimaat, ademvolume en gebruik.

Deeltjesfilters: P1, P2 en P3

Type

Globale filterprestatie

Wat je nog moet beoordelen

P1

Lagere klasse

Stofsoort, werkconcentratie en totale bescherming.

P2

Middenklasse

Niet automatisch geschikt voor alle schadelijke deeltjes.

P3

Hogere klasse

Ook hier bepalen taak, masker en bescherming de geschiktheid.

Gebruik geen oude tabel met alleen een MAC-waarde en vermenigvuldigingsfactor, zoals 4x, 10x of 50x, als persoonlijk keuzerecept. De daadwerkelijke beschermingsfactor van de complete uitrusting moet zijn vastgesteld. Voor asbest en kankerverwekkende stoffen gelden afzonderlijke eisen.

Organische gassen en dampen

Kleur / code

Toepassing

Bruin / AX

Laagkokende organische stoffen, doorgaans kookpunt tot en met 65 °C. Speciale, doorgaans eenmalige toepassing.

Bruin / A

Bepaalde organische gassen en dampen met een kookpunt boven 65 °C.

ONTHOUD

Lees de complete markering en fabrikantgegevens. Een hoge klasse of een donkere filterkleur is geen bewijs van geschiktheid.

De complete filtermarkering lezen

Wat betekent A2B2E2K2P3? Een combinatiefilter met meerdere gasfiltertypen en een deeltjesfilter. Het is geen filter voor alle stoffen of alle omstandigheden.

Code / kleur

Bedoelde stofgroep en aandachtspunt

B / grijs

Bepaalde anorganische gassen en dampen, bijvoorbeeld H2S of waterstofcyanide wanneer de toepassing expliciet is toegestaan. Niet voor CO.

E / geel

Bepaalde zure gassen, zoals zwaveldioxide en waterstofchloride.

K / groen

Ammoniak en bepaalde organische ammoniakderivaten.

CO / specifiek

Alleen een speciaal voor koolmonoxide toegelaten middel. Geen gewoon ABEK-filter; specifieke of eenmalige gebruiksvoorwaarden.

Hg / rood

Kwikdamp; productgebonden beperkingen. Een genoemde maximale gebruiksduur van 50 uur is een bovengrens voor bepaalde toepassingen, geen gebruiksplanning voor ieder filter.

NO / blauw

Bepaalde stikstofoxiden; speciale, veelal eenmalige toepassing.

Reactor / oranje

Radioactief jodium en bepaalde verbindingen zoals methyljodide; specialistische toepassing en afzonderlijke instructies.

P / wit

Deeltjes. P1, P2 of P3 geeft de deeltjesfilterklasse aan.

Voorbeeld: A2B2E2K2P3

A2 staat voor de passende organische groep, B2 voor de passende anorganische groep, E2 voor zure gassen, K2 voor de ammoniakgroep en P3 voor de deeltjesfilterklasse. Het cijfer 2 hoort bij de gasfiltercapaciteit.

5.000 ppm of 0,5 vol% mag je niet als algemene veilige concentratie voor dit combinatiefilter lezen. Ook de productconcentratie, beschikbare zuurstof, bescherming van het totale systeem en alle gebruiksgrenzen moeten passen. Een P3-deel maakt een combinatie niet automatisch geschikt voor asbest of ieder kankerverwekkend product.

Filterlevensduur en vervangen

Wanneer vervang je een filter? Volgens een vooraf vastgelegd wisselschema en de fabrikantvoorwaarden. Wacht niet tot je de verontreiniging ruikt of proeft.

Waarom er geen vaste gebruiksduur voor ieder filter is

De levensduur hangt af van de concentratie, combinatie van stoffen, luchtvochtigheid, temperatuur, blootstellingsduur en de ademhaling of inspanning van de gebruiker. Ook opslag na openen en eerder gebruik tellen mee.

Signalen zijn een stopreden, geen wisselplanning

Geur, smaak of irritatie kan op doorbraak of lekkage wijzen, maar sommige stoffen ruik je niet of niet tijdig. Toenemende ademweerstand kan wijzen op een beladen deeltjesfilter. Bij combinatiefilters kunnen meerdere problemen tegelijk optreden. Verlaat bij zulke signalen het gevaarlijke gebied volgens de instructie.

Controle vóór ingebruikname

• Controleer code, juiste aansluiting, uiterste gebruiksdatum en eventuele openings- of gebruiksregistratie.

• Gebruik geen nieuwe filterbus waarvan de vereiste verzegeling of afsluitdop ontbreekt.

• Controleer de staat van filter en masker en gebruik alleen toegelaten combinaties.

• Berg het middel na gebruik op volgens de fabrikantmethode, beschermd tegen nieuwe opname van stoffen.

• Meld defecten en voer gebruikte filters via de voorgeschreven afvalroute af.

Twee uur is geen algemene garantie

Een bedrijf kan bijvoorbeeld twee uur aaneengesloten gebruik als extra maximum vastleggen. Dat vervangt geen korter wisselschema en bewijst niet dat het filter gedurende die twee uur veilig blijft. Sommige speciale filters zijn eenmalig of hebben andere harde grenzen.

Onverwachte warmte of klachten

Een filter kan door zijn werking warm worden. Sterke of onverwachte opwarming, ademproblemen of ander ongemak is reden om de situatie veilig te verlaten en de uitrusting te laten beoordelen. Probeer de oorzaak niet in de gevaarlijke omgeving uit.

BOORDOPDRACHT

Zoek samen met je begeleider de gebruiksaanwijzing en het wisselschema van een aanwezig masker. Benoem stofgroep, markering, opslag, seal check en stopredenen. Oefen niet in een gevaarlijke atmosfeer.

Foto-opdracht: Beschermingsmiddelen en toegangsafspraken

Beschermingsmiddelen en toegangsafspraken
Op de deur staan een gebod voor gehoorbescherming, een verbod op open vuur en een toegangsafspraak. Deze borden geven geen volledige beoordeling van de atmosfeer.

Bespreekvraag: Welke informatie heb je naast deze borden nodig voordat je het werk voorbereidt?

Waar let je op?

Bespreek taak, product, omgeving, noodzakelijke bescherming en toestemming. Een bord voor gehoorbescherming geeft geen filterkeuze of vrijgave voor betreding.

3 Elektronische apparatuur veilig gebruiken

Controleer of lamp, telefoon, radio of meetapparaat voor de vastgestelde zone en taak is toegestaan.

Elektronische apparatuur
veilig gebruiken

Mag dit apparaat mee het tankdek op? Alleen wanneer het voor de betreffende zone en toepassing is toegestaan én de locatie het gebruik toestaat. Een Ex-keurmerk alleen is niet de volledige beoordeling.

Waarom deze afspraak nodig is

Elektrische en elektronische apparaten kunnen een ontstekingsbron vormen waar brandbare gassen of dampen aanwezig kunnen zijn. Beoordeel daarom vóór gebruik de zone, apparatuurmarkering, toestand, accessoires en lokale voorschriften. Een tankdek, tankpark of productie-eenheid kan een gevaarlijke zone bevatten; de feitelijke indeling is bepalend.

Weet waar je het apparaat mag gebruiken

Een controlekamer of accommodatie is niet vanzelf altijd veilig. Laat de aangewezen verantwoordelijke bevestigen welke ruimten veilig zijn en welke voorwaarden gelden. Ontbreekt een instructie? Vraag het eerst. Een terminal kan ook het gebruik van een technisch geschikt apparaat beperken.

Maak onderscheid tussen de apparaten

• Zaklamp: controleer de geschikte Ex-uitvoering voor de feitelijke zone. Een strengere taakafspraak kan bijvoorbeeld geschiktheid voor zone 0 vragen.

• VHF/UHF-radio: gebruik de daarvoor toegelaten intrinsiek veilige uitvoering, met de juiste batterij en accessoires.

• Telefoon, camera, rekenmachine, laptop, handheld of smartwatch: een gewone uitvoering hoort niet in de gevaarlijke zone. Stand-by of vliegtuigstand maakt een apparaat niet explosieveilig.

• Dauwpuntmeter, multimeter en andere elektronische meetapparatuur: passende toelating én controle op onder meer beschadigde isolatie, behuizing en aansluitingen.

• Horloge, gehoorapparaat of pacemaker: neem niet aan dat ieder model of iedere situatie automatisch veilig is. Bespreek de taak en eventuele medische of elektromagnetische beperkingen met de bevoegde deskundige.

Zet niet-toegelaten apparatuur uit en laat deze buiten de gevaarlijke zone volgens de locatieafspraak. Ook een uitgeschakeld apparaat mag je niet zonder toestemming meenemen. Schakel alleen in op een toegestane veilige plaats. Opladen, batterijwisselen of aansluiten in de zone is niet toegestaan tenzij het systeem en de procedure dat expliciet toelaten.

Controle vóór de start

Klopt het type, de zone en de toestemming? Is alles onbeschadigd? Zijn batterij, lamp, kabel en accessoires onderdeel van de toegelaten combinatie? Houd daarnaast rekening met statische elektriciteit en de voorgeschreven kleding en werkwijze.

PRAKTIJK

Een controleur wil met zijn gewone telefoon een foto maken. Bespreek eerst een toegelaten alternatief of maak de foto vanaf een aangewezen veilige plek. “Hij staat op vliegtuigstand” is geen vrijgave.

4 Veilig aan en van boord
Begrippen bij deze les
overslag
Lading verplaatsen tussen schip en wal, of tussen twee schepen.

Bereid toegang, overstap, begeleiding en het apart overbrengen van materiaal zorgvuldig voor.

Veilig aan en van boord

Waar begint een veilige overstap? Bij een afgesproken, beoordeelde toegang. Dat geldt aan de kade, tussen schepen, bij bunkeren en overslag en bij een overstap vanaf een tender.

Doel en situaties

Deze les helpt bemanningsleden bij het ontvangen en begeleiden van bezoekers en het beoordelen van hun eigen overstap. Een gewone gangway, een pilotladder en een combinatie met een accommodatieladder vragen elk hun eigen inrichting en instructie. Gebruik bij slecht weer ook de taakafspraken voor extreme weersomstandigheden.

Overstappen vanaf een tender: eerst organiseren

• Gebruik een vooraf beoordeelde, geschikte tenderdienst. Controleer de actuele toelating van de uitvoerder; een oude leverancierslijst is geen bewijs van geschiktheid vandaag.

• Beoordeel of de persoon lichamelijk in staat is tot de overstap. Let op fitheid, mobiliteit, vermoeidheid en gezondheid; leeftijd of lichaamsbouw alleen bepaalt de geschiktheid niet.

• Plan een overstap op een ankerplaats op zee bij voorkeur bij daglicht. Een eventuele nachtelijke operatie vraagt een afzonderlijk goedgekeurd plan en geschikte zichtbaarheid en reddingsmiddelen; haast of een AIS-middel alleen maakt dat niet veilig.

• Bespreek weer, golfslag, tenderbeweging en de middelen voor een man-overboordsituatie. Draag het afgesproken geschikte reddingsvest met correct aangebrachte kruisbanden. Voor een zee-overstap kan een 275 N-vest worden voorgeschreven.

• Beoordeel bij extreme koude en water van 12 °C of kouder expliciet onderkoeling en overleving. Laat passende bescherming selecteren; een wetsuit, droogpak en drijfpak zijn niet onderling zonder meer uitwisselbaar.

Maak lij en spreek de manoeuvre af

De overstap hoort aan de beschutte zijde plaats te vinden wanneer de gekozen operatie dat verlangt. Tender en ontvangend schip spreken de positie en eventuele manoeuvre af. De bemanning houdt toezicht, communicatie en reddingsmiddelen gereed. Machines en manoeuvre mogen geen nieuw gevaar voor de tender veroorzaken.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

Samenwerken bij de overstap

Wie geeft de aanwijzingen? Eén duidelijke operatieafspraak tussen tender, ontvangend schip en overstapper voorkomt tegenstrijdige signalen. Bij twijfel stopt de overstap.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

De vier tekeningen laten zien: lij maken; afstemmen op de tenderbeweging; een juiste combinatie van ladders; en bagage afzonderlijk overbrengen. De maatvoering in een tekening is geen vervanging van beoordeling van de feitelijke toegang.

Wat regelt de bemanning?

• Houd de hele overstap toezicht vanaf het ontvangende schip.

• Houd geschikte reddingsmiddelen direct beschikbaar en maak afspraken over alarmering.

• Controleer de onderlinge communicatie en wie een stopopdracht geeft.

• Zorg dat verantwoordelijke bemanningsleden de geldende inrichting voor pilot transfers kennen en de actuele instructie beschikbaar hebben.

ONTHOUD

Niet alleen de persoon op de ladder loopt risico. Ook tenderbemanning, begeleiders en mensen onder de toegang moeten buiten gevarenzones blijven.

Pilotladder controleren

Wat moet je herkennen? Een deugdelijk opgehangen ladder, horizontale treden, goede bevestiging en een veilige overgang naar het dek. Laat de technische inrichting door een bevoegde verantwoordelijke beoordelen.

Controlepunt

Aandachtspunt

Toestand

Geen gebroken, ontbrekende, gladde of ondeugdelijk bevestigde treden. Controleer ook lijnen en sterke punten.

Treden

Vrije breedte tussen de lijnen minimaal 40 cm; gelijke onderlinge afstand volgens de toepasselijke uitvoering, doorgaans 31-35 cm.

Spreaders

Minimaal 1,80 m lang. De laagste op de vijfde trede van onderen; tussen spreaders maximaal acht gewone treden bij de gebruikelijke inrichting.

Plaatsing

Passende positie langs de scheepszijde, vrije benadering en goed tegen de scheepshuid liggende treden.

Klimhoogte

Bij een klim van meer dan 9 m is een geschikte combinatie met accommodatieladder nodig; beoordeel de daadwerkelijke klimhoogte.

Gebruik geen afwijkende maat uit een oude schets als acceptatiegrens. De constructie, certificering en bevestiging moeten passen bij de actuele eisen voor het betreffende schip. Controleer ook de voorgeschreven borging van de treden en afstandhouders.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.
Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.
Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.
Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

Een binnenvaartschip naast een zeeschip

Bij boord-boordoverslag of bunkeren kan iemand bij een val op het lagere dek terechtkomen in plaats van in het water. Neem dat valgevaar mee in de toegang, de begeleiding en de noodorganisatie.

Geen geïmproviseerd personenvervoer

Een basket of hijsmand gebruiken om iemand aan boord te brengen is een afzonderlijke hoogrisico-operatie. Gebruik dit niet als alternatief voor een ondeugdelijke toegang. In deze praktijkles is een dergelijke overstap geen toegestane improvisatie.

Klimmen, bagage en bijzondere transfers

Wat doe je als de toegang niet klopt? Niet proberen of het toch lukt. Laat de operatie stoppen, meld het gebrek en laat eerst een passende veilige oplossing organiseren.

Vóór klimmen of afdalen

• Controleer de bevestiging vooraf voor zover dat vanaf een veilige positie mogelijk is. Bij afdalen beoordeelt de verantwoordelijke ook de bevestiging aan dek.

• Gebruik bij een ladder drie contactpunten. Houd je handen vrij voor het klimmen. Houd op een gangway een hand vrij voor de leuning.

• Neem geen bagage of losse lasten mee tijdens de klim. Laat materiaal afzonderlijk overbrengen met de geschikte voorziening en de afgesproken lijnen.

• Draag het voorgeschreven reddingsvest op de juiste manier, inclusief kruisbanden wanneer het vest die heeft.

• Volg de gecoördineerde aanwijzingen. Stap pas over als de positie en beweging dit veilig toelaten; spring niet op eigen initiatief.

Helikoptertransfer

Een helikopteroverstap hoort bij een afzonderlijk goedgekeurde operatie. Controleer de vereiste opleiding, waaronder waar voorgeschreven een geldig HUET-certificaat, en aanvullende eisen van bestemming en uitvoerder. Deze les verleent geen toestemming of vaardigheid voor helikoptervervoer.

Dezelfde discipline bij de kade

Ook een gewone loopplank vraagt een goede oplegging, borging, geschikte helling en leuningen waar nodig. Let op beweging, hoogteverschil en verlichting. Houd de looproute vrij. Een bezoeker die het schip niet kent krijgt uitleg over route, begeleiding, alarm en verzamelplaats.

Na een onderbreking opnieuw kijken

Waterstand, ligpositie, wind, golfslag en werkzaamheden kunnen veranderen. Controleer opnieuw voordat je de toegang blijft gebruiken. Sluit een onveilige toegang af en voorkom dat een collega dezelfde route probeert.

BOORDOPDRACHT

Loop met je begeleider de bezoekersroute. Benoem de overstap, bevestiging, vrije handen, bagageroute, reddingsmiddelen en stopafspraak. Oefen geen onveilige klim om een gebrek te demonstreren.

Pilot transfer - technisch overzicht

Beoordeel de inrichting samen met de bevoegde verantwoordelijke. De volledige controleafbeelding is hieronder behouden; deze vervangt geen actuele technische acceptatie.

Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.
Instructieafbeelding bij veilig werken
Bekijk voor het volledige technische detail ook de PDF.

Foto-opdracht: Nooduitgang vrijhouden

Nooduitgang vrijhouden
Het bord noemt een nooduitgang en een toegangsafspraak tijdens laden, lossen en ontgassen. Het is geen reden om een vluchtweg te blokkeren.

Bespreekvraag: Welke functie heeft deze deur tijdens normaal werk en bij een noodsituatie?

Waar let je op?

Laat de bevoegde verantwoordelijke uitleggen hoe toegangsafspraken en ontkomen voor deze deur zijn geregeld. Houd de vluchtweg vrij; verander of blokkeer de deur niet op eigen initiatief.

Verder met les 5?

Met één gratis account volg je alle cursussen en bewaar je jouw voortgang.

Verder leren · inloggen of account maken

Probeer 4 vragen

Vraag 1 van 4

Wie draagt bij aan veilig werken met gevaarlijke stoffen?

Het cursusboek

Bekijk de eerste acht pagina’s zonder account.

Bekijk het cursusboek Download PDF
Bronnen en cursusinformatie
Over deze cursus

De Loods

Vind je weg in de Academy

Waar wil je meer over weten? Ik zoek in de openbare informatie op deze Academy en help je een cursus te vinden.

    Lees de gevonden bron voor de volledige uitleg.