BINNENVAART ACADEMY · VEILIGHEIDSWIJZER
Werken met gevaarlijke stoffen
Herken gevaren, lees etiketten en bepaal welke maatregelen vóór het werk nodig zijn.
Bespreek dit aan boord
- Welke stof en taak hebben we precies?
- Welke blootstelling voorkomen we eerst bij de bron?
- Wanneer onderbreken we het werk?
Bespreek de antwoorden met een ervaren collega of bevoegde begeleider. Controleer of de afspraken op jullie schip bij de actuele taak passen.
Leer verder in de Academy →De volledige uitleg
01 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
Veilig werken begint
met weten wat je doet
Werk je met een gevaarlijke stof? Ken het product, beoordeel de taak en volg de actuele werkinstructie. Dat geldt aan boord, op de terminal en tijdens een ladinginspectie.
Waarom een vaste werkwijze?
Chemische en minerale stoffen verschillen sterk. Ook de juiste behandeling, opslag, verwerking, eerste hulp en noodmaatregelen verschillen per product. Werk daarom systematisch. Volg altijd de plaatselijke voorschriften en de procedures van schip, terminal en werkgever.
Voor wie en voor welke werkzaamheden?
Dit veiligheidsplan gaat over werkzaamheden waarbij je gevaarlijke stoffen gebruikt, hanteert, vervoert of bewaart. Het geldt ook wanneer je tijdens je werk aan zulke stoffen kunt worden blootgesteld. Denk aan monstername, controle, overslag, schoonmaak en onderhoud. Bemanningsleden en ladinginspecteurs moeten de risico’s van hun eigen taak kennen.
Wat verstaan we onder gevaarlijke stoffen?
• Stoffen met schadelijke gezondheidseffecten, zoals giftigheid, bijtende werking, irritatie of het veroorzaken van allergieën.
• Stoffen waarvoor een beroepsmatige blootstellingsgrens geldt.
• Kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting schadelijke stoffen (CMR-stoffen).
• Biologische agentia, zoals schadelijke micro-organismen. Hiervoor kunnen aanvullende regels gelden.
• Stof, rook, gas, nevel of damp waarbij blootstelling een gezondheidsrisico oplevert; een overschreden grenswaarde vraagt maatregelen.
Een stof kan natuurlijk of kunstmatig zijn en voorkomen als vaste stof, vloeistof, gas of damp. Niet elke stof valt onder dezelfde wettelijke indeling. Het risico hangt af van de eigenschappen, de hoeveelheid, de vorm en de manier waarop je ermee in aanraking komt.
Wie organiseert veilig werken?
De werkgever of leidinggevende zorgt voor begrijpelijke productinformatie, werkinstructies, opleiding en begeleiding. Daarvoor worden onder meer het veiligheidsinformatieblad (VIB/SDS) en de werkplekinstructiekaart (WIK) gebruikt. De verdere taakverdeling staat op de volgende pagina.
ONTHOUD |
Een gesloten verpakking betekent niet automatisch dat elke handeling veilig is. Beoordeel ook openen, overgieten, bemonsteren, lekkage en afval. |
02 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
Duidelijke taken.
Juiste productinformatie.
Wie doet wat? De leidinggevende organiseert de voorwaarden. De uitvoerder controleert vóór het werk of informatie, middelen en afspraken bij de taak passen.
De leidinggevende zorgt voor de randvoorwaarden
• Verstrek waar nodig een actuele werkinstructie, een VIB/SDS of WIK. Regel opleiding, instructie en passende begeleiding.
• Volg bedrijfsgezondheidskundige adviezen op en organiseer waar nodig gezondheidstoezicht.
• Controleer de afspraken met ingehuurde bedrijven over het beheersen van gevaarlijke stoffen.
• Inventariseer en beoordeel de blootstellingsrisico’s binnen de werkzaamheden van de inspecteur of medewerker.
• Organiseer periodieke training. Zorg daarnaast voor de vereiste taakgerichte bewustwording voor de vervoerswijzen waarmee iemand werkt: ADR (weg), ADN (binnenvaart), RID (spoor) en IMDG (zee).
De uitvoerder bereidt zijn eigen taak voor
• Ken vóór de start de productgevaren, benodigde bescherming, eerste hulp en transportvoorwaarden. Vraag bij onduidelijke informatie uitleg aan je leidinggevende.
• Zorg op de werkplek voor voldoende relevante productinformatie: werkinstructie, VIB/SDS en/of WIK.
• Draag de voor de taak vastgestelde veiligheidsuitrusting. De basisuitrusting voor operationele ladinginspecties bestaat uit een brandvertragende en antistatische overall, veiligheidsbril, veiligheidsschoeisel, helm, werkhandschoenen en een persoonlijke gasdetectiemonitor.
• Label monsters en stoffen correct. Laat vervoer over de weg plaatsvinden volgens de toepasselijke ADR-regels.
• Voer verontreinigde touwen, lappen, flessen en ander chemisch afval via de afgesproken afvalroute af.
Het veiligheidsinformatieblad: beschikbaar én bruikbaar
Iedereen die de taak uitvoert moet op locatie eenvoudig bij het juiste VIB/SDS kunnen. Het document komt van fabrikant of leverancier. Controleer of het bij het werkelijke product en de toepassing hoort en of relevante wijzigingen zijn verwerkt. REACH schrijft geen algemene vaste vervaldatum voor ieder VIB voor.
De opbouw volgt bijlage II van REACH, Verordening (EG) 1907/2006, zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2020/878. Een bedrijfsapp of documentenmap kan de informatie beschikbaar maken, maar vervangt het lezen en begrijpen niet.
PRAKTIJK |
Opdracht en VIB noemen verschillende producten? Laat de identiteit en passende veiligheidsinformatie eerst bevestigen. Begin de betreffende risicovolle taak nog niet. |
03 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
Lees het etiket.
Herken het gevaar.
Wat vertelt een label? Welke stof je voor je hebt, welke gevaren gelden en welke voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Lees daarbij ook het bijbehorende VIB/SDS.
Monsters en chemicaliën moeten herkenbaar zijn gelabeld. Vermeld de productnaam en, wanneer van toepassing, het UN-nummer en de vereiste gevareninformatie. Voor vervoer kunnen aanvullende transportetiketten en verpakkingsvoorschriften gelden.
De bouwstenen van een CLP-etiket
De CLP-verordening (EG) 1272/2008 regelt de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. De indeling bepaalt welke informatie op het etiket moet staan.
• Gevarenpictogram: het zwarte symbool in een wit vlak met een rode ruitrand.
• Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing”, afhankelijk van de indeling.
• H-zin: beschrijft de aard en, waar van toepassing, de ernst van het gevaar.
• P-zin: geeft een aanbevolen voorzorgsmaatregel voor voorkomen, handelen, opslag of verwijdering.
• EUH-zin: aanvullende Europese gevareninformatie wanneer die van toepassing is.
Fysische gevaren - vier pictogrammen
GHS01 - Exploderende bomKan horen bij ontplofbare stoffen, bepaalde zelfontledende stoffen en mengsels en bepaalde organische peroxiden. |
GHS02 - VlamKan wijzen op ontvlambare gassen, aerosolen, vloeistoffen of vaste stoffen; ook op bepaalde zelfontledende, pyrofore of voor zelfverhitting vatbare stoffen, stoffen die met water brandbaar gas vormen en organische peroxiden. |
GHS03 - Vlam boven een cirkelOxiderende gassen, vloeistoffen of vaste stoffen. Een oxiderende stof kan brand veroorzaken of versterken. |
GHS04 - GasflesGassen onder druk. De precieze gevaren hangen af van onder meer druk en temperatuur. |
ONTHOUD |
Meerdere pictogrammen kunnen tegelijk gelden. Een pictogram alleen vertelt niet welke werkmethode of welk beschermingsmiddel geschikt is. |
04 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
Gezondheids- en
milieugevaren herkennen
Wat kan een stof met je doen? Dat verschilt per gevaarsklasse en categorie. Het pictogram geeft een eerste waarschuwing; de H-zinnen en het VIB geven de nadere uitleg.
GHS05 - BijtendKan bijtend zijn voor metalen, ernstige brandwonden aan de huid of ernstig oogletsel veroorzaken. Niet elke vorm van lichte huid- of oogirritatie hoort bij dit pictogram. |
GHS06 - DoodshoofdAcute giftigheid met ernstige gevolgen bij inslikken, inademen of contact met de huid. De toepasselijke blootstellingsroute staat in de productinformatie. |
GHS07 - UitroeptekenOnder meer schadelijkheid bij acute blootstelling, huid- of oogirritatie, huidallergie, bepaalde effecten na eenmalige blootstelling en gevaar voor de ozonlaag. Lees welke aanduiding voor dit product geldt. |
GHS08 - Ernstig gezondheidsgevaarOnder meer luchtwegallergie, mutageniteit, kankerverwekkendheid, voortplantingstoxiciteit, specifieke orgaanschade na eenmalige of herhaalde blootstelling en aspiratiegevaar. De precieze indeling is productafhankelijk. |
GHS09 - MilieugevaarlijkGevaar voor het aquatisch milieu. Voorkom dat de stof in het oppervlaktewater, de bodem of een ongeoorloofde afvalstroom terechtkomt. |
Hoe beoordeel je blootstelling?
De werkgever beoordeelt de risico’s en legt de aanpak vast in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Daarbij tellen producteigenschappen, werkzaamheden, duur en mate van blootstelling en de aanwezige beheersmaatregelen mee.
Maak onderscheid tussen een veiligheidsgrens, zoals de onderste explosiegrens (LEL), en een gezondheidskundige blootstellingsgrens. LEL gaat over ontvlambaarheid van een gas- of dampmengsel; een gezondheidsgrens over blootstelling van mensen. Ook onder een explosiegrens kan een stof giftig zijn.
PRAKTIJK |
Een meter geeft weinig brandbare damp aan. Daarmee is nog niet vastgesteld dat de atmosfeer ook vrij is van giftige stoffen of geschikt is om in te werken. |
05 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
Beperk blootstelling.
Controleer de maatregelen.
Wanneer is een meting bruikbaar? Als je weet welke stof, welke blootstellingsroute en welke referentieperiode worden beoordeeld. Een losse meetwaarde is geen complete vrijgave.
Drie begrippen bij gezondheidsgrenzen
Een grenswaarde heeft betrekking op een omschreven periode en toepassing. Gebruik de actuele grenswaarden die voor de werkplek gelden. Bij ontbreken van een wettelijke waarde moet de werkgever de beoordeling en een passende bedrijfsgrenswaarde of veilige werkwijze organiseren.
TGG-8u / TWA: een tijdgewogen gemiddelde over acht uur. TGG-15min / STEL: een kortdurende gemiddelde blootstelling, meestal over vijftien minuten. Ceiling / C: een plafondwaarde die niet mag worden overschreden.
Kies niet naar eigen inzicht alleen de grenswaarde die het gunstigst uitkomt. Laat zowel gemiddelde blootstelling als relevante pieken beoordelen. Stem de beheersmaatregelen, inclusief eventuele adembescherming, daarop af.
Een stof kan langs meerdere routes binnenkomen
• Door inademen van gas, damp, rook, nevel of stof.
• Door inslikken, bijvoorbeeld via verontreinigde handen.
• Via contact met of opname door de huid.
• Via de ogen, bijvoorbeeld bij spatten.
Wat moet de werkgever organiseren?
Zorg voor productinformatie, duidelijke instructie, opleiding, orde en netheid en passende opslag- en vervoersvoorzieningen. Beperk het gevaar eerst bij de bron, vervolgens met technische en organisatorische maatregelen en gebruik aanvullende PBM waar nodig. De maatregel moet bij de taak en de stof passen.
Wat hoort in instructie en training?
• Gezondheidsgevaren en de aard van de blootstelling.
• Grenswaarden, meetresultaten en handelen bij overschrijding.
• Voorzorgsmaatregelen om blootstelling en calamiteiten te voorkomen.
• Arbeidshygiënisch werken en productinformatie begrijpen: VIB/SDS, WIK en werkinstructie.
• Het kiezen, dragen en gebruiken van de voorgeschreven PBM.
• Maatregelen en alarmering bij een incident met gevaarlijke stoffen.
Gebruik voor persoonlijke bescherming en het vervoer van gevaarlijke stoffen de actuele procedures en werkinstructies die bij jouw taak en vervoerswijze horen.
LMRA - VLAK VOOR DE START |
Controleer de werkplek opnieuw: is de taak nog hetzelfde, zijn de maatregelen aanwezig, zijn vluchtwegen vrij en werken de noodvoorzieningen? Los een onduidelijkheid op voordat je begint. |
06 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
De NFPA-ruit lezen
Waarvoor is deze ruit bedoeld? Voor snelle herkenning van gevaren bij noodsituaties, zoals brand of lekkage. De ruit vervangt geen CLP-etiket, VIB of werkprocedure.
Op bepaalde locaties of in bepaalde landen kan een NFPA-aanduiding worden verlangd, ook op monsterhouders. Controleer de lokale eisen. De drie gekleurde vakken lopen van 0 (laagste categorie) tot 4 (hoogste categorie). De beoordeling richt zich op noodsituaties, niet op alle risico’s tijdens normaal dagelijks werk.
Rood / F - ontvlambaarheidBlauw / H - gezondheidGeel / R - instabiliteit/reactiviteitWit - bijzondere gevaren |
F - ontvlambaarheid
4 | Zeer gemakkelijk ontvlambaar. Materialen die onder normale omstandigheden snel verdampen of zich gemakkelijk in de lucht verspreiden en gemakkelijk branden. |
3 | Kan onder vrijwel alle normale omgevingstemperaturen ontbranden; omvat bepaalde vloeistoffen en vaste stoffen. |
2 | Moet eerst matig worden verhit of aan een relatief hoge omgevingstemperatuur worden blootgesteld voordat ontbranding kan optreden. |
1 | Moet sterk worden verhit voordat ontbranding kan optreden. |
0 | Brandt niet onder de gebruikelijke beoordelingsomstandigheden. |
H - acuut gezondheidsgevaar bij een noodsituatie
4 | Kortdurende blootstelling kan dodelijk zijn of zeer ernstig blijvend letsel veroorzaken. |
3 | Kortdurende blootstelling kan ernstig of blijvend letsel veroorzaken. |
2 | Intense of aanhoudende, niet-chronische blootstelling kan tijdelijke uitval of mogelijk blijvend letsel veroorzaken. |
1 | Blootstelling kan duidelijke irritatie of licht letsel veroorzaken. |
0 | Bij noodsituatie-omstandigheden geen ongebruikelijk gezondheidsgevaar boven dat van gewone brandbare materialen; niet hetzelfde als algemeen onschadelijk. |
Dit zijn leesomschrijvingen. Laat de concrete NFPA-score van een product bepalen of bevestigen door een deskundige op basis van productgegevens en de actuele norm.
07 / WERKEN MET GEVAARLIJKE STOFFEN
Bijzondere gevaren.
Geen aannames maken.
Betekent een leeg wit vak dat water veilig is? Nee. Het geeft geen algemene toestemming om met water te blussen. Volg de productinformatie en het noodplan en laat brandbestrijding aan daarvoor opgeleide mensen over.
R - instabiliteit / reactiviteit
4 | Kan onder normale temperatuur en druk detoneren of explosief ontleden. |
3 | Kan detoneren of explosief reageren, maar vraagt doorgaans een sterke initiatiebron of verhitting onder opsluiting; ook zeer ernstige waterreactiviteit kan relevant zijn. |
2 | Kan bij verhoogde temperatuur of druk een heftige chemische verandering ondergaan of sterk met water reageren. |
1 | Is normaal stabiel, maar kan bij verhoogde temperatuur of druk instabiel worden. |
0 | Is normaal stabiel, ook bij blootstelling aan brand, en reageert niet gevaarlijk met water volgens de beoordeling. |
Het witte vak: lees de aanduiding zorgvuldig
OX | Oxiderende stof. Je kunt ook de schrijfwijze OXY tegenkomen. De gestandaardiseerde NFPA-aanduiding is OX. |
Het aanvullende symbool voor waterreactiviteit staat in de volledige PDF. | W met streep: bijzondere of gevaarlijke reactie met water. Neem dit als waarschuwing bij blussen én lekkagebestrijding. Gebruik niet op eigen initiatief een middel op waterbasis. |
SA | Eenvoudig verstikkend gas; gestandaardiseerde aanvullende aanduiding naast OX en W met streep. |
Het aanvullende symbool voor straling staat in de volledige PDF. | Het stralingssymbool waarschuwt voor stralingsgevaar. Het is geen standaardcode voor het witte NFPA 704-vak. Behandel stralingsgevaar volgens de daarvoor geldende voorschriften. |
Gebruik een koppeling tussen de W-aanduiding en een R-cijfer niet als zelfstandig beslisschema: de aanduiding en score moeten bij de productbeoordeling volgens de actuele norm passen. Reactiviteit met water kan uiteenlopen van een reactie tot heftige gasvorming of explosiegevaar.
De publicatie bekijken
De PDF bevat de complete opmaak, tabellen en instructiebeelden. Open het bestand apart om details te vergroten.

